Home NL
Blog
Diensten/produkten
Contact N
Columns N
Artikelen
Preken /Overwegingen
Home EN

 

 



Maart 2013
Franciscus

De Rooms Katholieke kerk heeft een nieuwe patriarch van Rome gekozen. Dat "nieuw" moeten we maar een beetje tussen aanhalingstekens zetten, want zo nieuw is hij niet meer. Het is de vraag of zijn denkbeelden ook wel zo nieuw zijn. Hij komt uit een beproefde RK -stal en zal niet uitmunten in vooruitstrevendheid. De hele ophef over de keuze van zijn naam en de hoop die daaruit voortkomt, lijken me overdreven en niet terecht. Als deze man met betrekking tot solidariteit met de armen en economische gerechtigheid werkelijk vooruitstrevend geweest zou zijn, zou hij wellicht de naam Oscar Romero hebben moeten nemen.
Hij kiest een naam die duidt op een innige relatie met Christus, op eenvoud en een geest van armoede. Dit is in het geval van de nieuwgekozene niet een teken van een revolutionaire geest, maar van een deemoedige, biddende aanvaarding.
Nee, wij hebben niet meer te verwachten dan een (hartelijke) glimlach van iemand van wie men zei dat hij nooit glimlachte (nu valt er in de RK kerk op dit moment ook niet zoveel te lachen). Het eerste wat hij deed als paus was glimlachen, merkwaardig genoeg.
Ik beschouw zijn naam maar als een inspiratieve spiegel voor de katholieke gelovigen, niet als een  noemer voor de inhoud van zijn beleid.

top 

2012 december 01
Heilsverwachting
De donkere dagen voor kerst staan voor gezelligheid en warmte. Licht in de duisternis. Voorbereiding op het feest van vrede en gerechtigheid. Is dat niet wat naïef?
Het nieuws dat dagelijks tot ons komt, laat de gedachte aan crisis niet van ons wijken. Bezuinigingen, krimpscenario’s, lastenverzwaring, premiestijging en aftoppen van de inkomensgroei, beperkingen in de bestedingsruimte, verhoging van de belasting op consumptiegoederen, kortingen op de duur en de hoogte van uitkeringen. Toch zullen we met z’n allen voor Sinterklaas en Kerstmis weer heel veel geld uitgeven.
Velen maken zich, niet onterecht, zorgen over de ontwikkelingen in de internationale verhoudingen, de schuldencrisis, de twijfels bij de stabiliteit van de Europese Unie, de groei van de nieuwe economieën en de gevolgen van een en ander voor onze toekomst.
Economische ontwikkelingen en wereldvrede hangen nauw met elkaar samen.

Soms lijkt het er op dat we alleen onheil te verwachten hebben. De sombere berichten maken ons onzeker. En het lijkt wel alsof niemand de echte antwoorden heeft. Voor elke deskundige staan er tien op die een andere mening zijn toegedaan.
Waar putten we dan ons vertrouwen uit?

Voor alles lijkt het me van belang om te kijken waar ons vertrouwen eigenlijk op stoelt. Indien we ons leven bouwen op het fundament van materiële zekerheden, dan hoeven we ons maar af te vragen: Zijn onze schuren gevuld? Is ons inkomen veilig gesteld? Hebben we voldoende reserve op onze spaarrekening? Ja? Dan kan ons niets gebeuren en kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Maar wanneer dat niet zo is, dan wordt onze toekomst een kansspel vol onzekerheden. Waar ons hart is, daar ligt immers onze schat. Waar ons verlangen naar uit gaat bepaalt onze verwachting, onze hoop en angst.

We zouden ons kunnen realiseren, en dat doen we natuurlijk ook wel, dat er zoveel andere waarden in ons leven zijn. Waarden die het belang van het materiële overstijgen en die meer bijdragen aan de kwaliteit van ons bestaan. Die ook innerlijk zin en betekenis geven, zoals bevredigend (vrijwilligers-)werk, goede relaties, een redelijke gezondheid, de mogelijkheid om liefde te geven en te ontvangen, deel uitmaken van een fijne gemeenschap. Al datgene waardoor we meer mens worden. En dat ons in staat stelt om in navolging van Jezus te groeien in een leven dat door God wordt beaamd.

Als gelovige mensen stellen we onze zekerheden immers niet op wat voorbijgaat. Natuurlijk is ook de materialiteit van ons leven belangrijk, maar het is niet waar het uiteindelijk en ten diepste om gaat. Onze verwachtingen worden bepaald door Degene die aan de oorsprong van ons leven staat, Die ons in dit leven draagt en Die ons nabij blijft wanneer we uit dit leven gaan.

Wij worden ten diepste niet bepaald door het nieuws van kranten en tv. We worden er wel door geraakt en bewogen. Onze toekomst staat in het licht van het Goede Nieuws. Het “zie ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk gelden zal. Heden is u een redder geboren”  Blijdschap voor heel het volk, niet voor enkelen. Heden, dat wil zeggen nu al. Wat we verwachten, kunnen we al ervaren.

Temidden van alles waar we ons zorgen over maken, in een wereld die ons verontrust, laten we het profetische “en toch” klinken. Toch zal Hij komen, de Heer van het Verbond. Toch zal er vrede zijn door gerechtigheid. Toch zal er nieuw leven zijn.
Mogen we groeien in dit geloof en het innerlijk beamen, om Hem te ontvangen Emmanuel, God-met-ons. En laat zo de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, onze harten en gedachten bewaren in Christus Jezus. Immers waar ons hart is en waar onze gedachten naar uit gaan, daar is onze zekerheid.
U allen een goede opgang naar Kerst toegewenst.

top

2012 november 01
Inkeer
De planten in de tuin, onze bomen leggen hun uiterlijk af. Zij trekken zich terug op hun wortels en gebeente. Op dat wat hun stevigte en continuïteit uitmaakt. In religieuze zin concentreren zij zich op hun “emet” , verwant aan ons amen, dat wat waar is en vaststaat.

Zo doen wij ook wanneer we op retraite gaan. Ons terugtrekken op wat de vaste basis van ons leven is. Om kracht te verzamelen om weer uit te botten, maar vooral ook om kracht te verzamelen voor perioden van koude, geloofsarmoede, gebrek aan vertrouwen en hoop, van eenzaamheid en kilte.  
De natuur keert in om zich te beschermen en voor te bereiden. Te beschermen voor de aanstaande koude en voor te bereiden op het voorjaar. Het is een daad van verlangen en van vertrouwen. Verlangen om voort te bestaan, vertrouwen in toekomst. Die prachtige herfst waarin alles verkleurt om het afscheid mooier te maken.
Wanneer je nu kijkt naar de afgesnoeide planten en de bomen die hun bladeren verliezen, is het onvoorstelbaar dat ze in het voorjaar weer zo ongelofelijk gretig en levensgulzig uitbotten.

Even onvoorstelbaar is het voor ons wanneer we afscheid nemen van iemand die we liefhebben. Hoe mooi het afscheid ook is geweest. Met hoeveel liefde en glans omgeven. Het blijft definitief, onomkeerbaar. De goede herinneringen kunnen dat niet ongedaan maken. Ze bevestigen het alleen maar. Bij een onverwachte dood is dat alles nog rauwer en scherper.
Hoe gaan we daarmee om? We worden stiller. We keren in. We wachten. Weken, maanden, jaren. Tot we opnieuw worden gewekt. Tot we groeien uit wat onze kracht, onze stevigte is. Onze wortels en ons gebeente.

Bij de natuur weten we vrijwel zeker dat de lente komt.
Maar bij de dood? Weten? Geloven, aarzelend? Hopen?
De confrontatie met de dood is ook altijd een confrontatie met ons geloof. Die confrontatie is des te scherper naarmate die dood voor ons ongerijmder, onaanvaardbaarder is. Met het overlijden van mijn demente moeder op bijna 93-jarige leeftijd in september dit jaar heb ik geen moeite; maar met een kleinkind?

Op de vragen die de dood ons stelt hebben we geen antwoord. We hebben alleen een belofte.
De afstand tussen nu en eens kan alleen overbrugd worden door geloof en vertrouwen. We houden ons vast aan de God die ons in leven riep en die beloofd heeft trouw te zijn en ons te bewaren.
Zoals verwoord in dat prachtige lied: Die chaos schiep tot mensenland (Oosterhuis) :
“Zijn onvergankelijk testament:
dat Hij ons in de dood nog kent,
de dagen van ons leven, ten dode opgeschreven,
ten eeuwig leven omgewend.
Schrift die mensentoekomst schrijft; Naam die trouw blijft".
(Gezangboek OKKN 793; Tussentijds 20)

In het licht van Allerheiligen en Allerzielen, in de schaduw van de dood wens ik u allen oprecht sterkte en geloof en vertrouwen toe.

top

2012 september 29 
Herfsttij
Deze week hadden we onze eerste herfststorm van het jaar. In sommige delen van het land wat heftiger dan in andere. Er gingen bomen om en die kwamen soms heel ongelukkig neer, op auto’s, over de spoorbaan of tegen een huis. Mensen tornden op tegen de wind. Bij mijn weten deden zich gelukkig geen persoonlijke ongelukken voor.

Dat was anders bij de storm die in Haren huishield. Een stormvloed van enkele duizenden jongeren, waarvan toch minstens een behoorlijk aantal onbeheerst en vandalistisch tekeer ging. De bewoners zullen zeker angstig zijn geweest en zich achter hun deuren hebben verschanst tot die storm was overgewaaid.

En net als bij een herfststorm, wanneer die geluwd is, zullen zij de schade in ogenschouw hebben genomen, de rommel hebben opgeruimd, de schade al dan niet provisorisch hersteld.

 

Stormen overkomen je, ook al worden ze voorspeld en ontvang je een stormwaarschuwing. Stormen van menselijke oorsprong of van natuurlijke. Je weet nooit precies de kracht ervan en dus ook niet het effect dat het op je leven heeft.

 

Het is maar in enkele gevallen dat we een stormachtige periode in ons leven als zuiverend en positief ervaren. Meestal ervaren we dat ons leven op zijn kop gezet wordt en dat we de greep op ons leven (dreigen) te verliezen. Bij slecht nieuws, bij verlies, wanneer onze kinderen iets overkomt, raken we van ons stuk en worden vaak door een storm van vragen door elkaar geschud.

 

We hebben tijd nodig om tot onszelf te komen en de schade te overzien en (soms met de moed der wanhoop) het puin te ruimen en de brokstukken bij elkaar te halen en opnieuw te bouwen.

 

Een van de vragen die we in zulke situaties stellen is de vraag naar God. Waar is nu God en hoe kan dit nu gebeuren? We worstelen als Jakob met God om tot een nieuw verstaan van God te komen en, na de ervaren relatiebreuk, tot een nieuwe relatie met Hem.

 

Soms ervaren we, en dat is een genade, dat we God weer leren ontmoeten wanneer de storm van vragen (en beschuldigingen) tot rust komt, in de stilte van ons gewonde hart.

Een beetje zoals het bezongen wordt in gezang 731 (OK gezangboek, 325 LvdK):

 

Niet als een storm, als een vloed, niet als een bijl aan de wortel komen de woorden van God, niet als een schot in het hart.

Maar als een glimp van de zon, een groene twijg in de winter, dorstig en hard deze grond, zo is het koninkrijk Gods.

Kinderen, armen van geest, mensen gelouterd tot vrede, horen de naam in hun hart, dragen het woord in hun vlees.

Hier in dit stervend bestaan wordt Hij voor ons geloofwaardig, worden wij mensen van God, liefde op leven en dood. (tekst Oosterhuis)

 

Kijk maar eens in de bundel voor de volledige tekst. Ik vind het een zeer troostvol lied.

 

Mensen van God: dat is wat we zijn en mogen worden. In ons vierend samenkomen, in ons leren, in ons gemeenschap zijn, in het omzien naar elkaar.

top

2012 maart 05
Vertrouwen

Vandaag beginnen de vertegenwoordigers van de regeringspartijen en hun gedoogmaatje aan onderhandelingen over forse bezuinigingen. Zij doen dat in de inspirerende omgeving van het Catshuis, ooit eigendom van de puissant rijke familie Goekoop. In de recente geschiedenis (van de laatste honderdvijftig jaar) heeft het huis een geschiedenis van immense particuliere welstand (Goekoop) en verkwisting (de exorbitante uitgaven van koning Willem II en de kostenverslindende mislukte renovatie van 2004). Voorwaar een fraaie omgeving voor bezuinigingsgesprekken.
Voorafgaand aan deze besprekingen zag ik meneer Rutte zich uitputten in harde voornemens die niemand overtuigen. Ik hoorde meneer Verhagen met ernstig gefronst gelaat praten over noodzakelijke hervormingen. En ook meneer Wilders deed vanonder de blonde kuif een duit (weer de gulden als het aan hem ligt) in het armenzakje, maar gaf tegelijk aan niet met cijfers om te kunnen gaan.
Wat geeft ons nu het vertrouwen dat onze economie bij deze heren in veilige handen is. Dat door hun wijsheid onze kleinkinderen nog kunnen studeren, naar de tandarts gaan, een baan krijgen en een huis kunnen kopen. Of een pensioen op kunnen bouwen waar zij na hun zeventigste (arbeidstijdverlenging) van kunnen leven, als de prijsontwikkeling hen niet inhaalt.
Op welk economisch en maatschappelijk model stoelen de beleidsvoornemens van deze heren? Of is hun spreken slechts gericht op het beoogde electoraat? Wat is platte politiek en goed huisvaderschap?
De komende weken zullen zij hun hele arsenaal aan fysionomische variaties uit de kast halen, in combinatie met hun bijpassende favoriete oneliners. De gelaats- en verbale uitdrukkingen zullen getuigen van oprechte zorg, edele verontwaardiging, voorzichtig optimisme, bemoediging van de burger, begrip voor het bedrijfsleven, solidariteit met de laagste inkomens en pijn, vooral meegevoelde pijn, voor al die mensen die het moeten gaan betalen.
Wie zal die uitdrukkingen geloven? U? Ik niet.
Ik heb weinig vertrouwen in de toekomst. Maar tegelijk weet ik dat ik daarmee niet kan leven. Dat het ook niets uithaalt om zo te leven. Van de politiek verwacht ik niet zoveel. We zullen elkaar moeten bemoedigen en helpen. En daar heb ik nu weer wel vertrouwen in. 

top 

2012 februari 27
Politiek Fatsoen

De PvdA heeft dit weekend afscheid genomen van Job Cohen, met grote dankbaarheid en staande ovatie, naar ik heb begrepen. Wat een farce.
De afgelopen week heb ik wat discussies gevolgd en twee uitspraken troffen me in het bijzonder. De ene was van Pronk die vond dat meneer Cohen had moeten terugvechten (sic!). Hij vond het maar vaandelvlucht. Ik vond zijn woorden harteloos en kort door de bocht. Temeer daar het eigen kader Cohen heeft laten vallen.
De andere zegsman noemde Cohen te fatsoenlijk voor de politiek. Dat is op zijn minst opmerkelijk. Het geeft aan dat je voor het huidige politieke bedrijf iets onfatsoenlijks moet hebben. Als ik naar een aantal politieke collega’s van meneer Cohen kijk, klopt dat beeld wel, maar het is zeer ontluisterend voor de Nederlandse politiek.
Zijn vertrek geeft de achterblijvers ook meteen een visitekaartje met een geurtje. Een geur van onfatsoen.
In zo’n klimaat beantwoordt de PVV met het ene schandaal na het andere zeer wel aan de heersende moraal.
IK vind het een compliment voor meneer Cohen dat hij te fatsoenlijk is en zichzelf geen geweld kan aandoen om met dezelfde middelen terug te vechten als waarmee men hem pootje heeft gelicht. Zijn vertrek is een testimonium paupertatis voor de achterblijvers.

Wanneer de politiek het toneel voor straatvechters wordt, is het met ons land treurig gesteld en moeten we alle hoop voor de beschaving laten varen. 

top 

2012 januari 28
radicale midden
Wat zouden ze er nu eigenlijk mee bedoelen, vraag ik me al enige dagen af. Is het een knipoog naar rechts (Wilders) of juist naar links (SP). In de politiek heeft radicaliteit niet zo’n goede naam. Meestal gaat het om stromingen die koste wat kost hun ideeën en principes willen doordrijven. Dat lijkt me in dit geval toch niet de bedoeling. Of toch wel?
Het zou fijn zijn wanneer het CDA wat radicaler zou kiezen voor haar eigen principes en wat minder behendig midden tussen allerlei heikele keuzes door zou laveren. Als je de wind van voren krijgt is dat nog goed te doen. Als het je voor de wind gaat, kun je ook fluitend verder. Maar als het stil valt is dat allemaal een stuk moeilijker. Hoe kom je dan vooruit? Wel, roeien met de riemen die je hebt.
De CDA trojka aan de riemen en de theologie als stuur. Ik weet niet of men met deze combinatie wel zo veel verder komt. Het politieke midden zoeken lijkt me nu weer zo halfslachtig. Daar krijg je de handen niet voor op elkaar. Bovendien kijk je dan teveel naar anderen. “Zit ik wel ver genoeg daar vandaan en niet te dicht hierbij?” Ik zou denken dat het CDA toch meer geleerd zou kunnen hebben van haar pragmatisme van de afgelopen jaren. Laat haar van daaruit contact zoeken met haar uitgangspunten. Beschouw de voornaamste issues van de politieke agenda vanuit deze uitgangspunten en kies daarop een politiek standpunt en formuleer dienovereenkomst beleid. Dat is helder, verantwoordend en houdt contact met het beoogde electoraat.
Maar er zullen wel radicale middelen nodig zijn om zover te komen. Het CDA heeft meer aan een kompas dan aan compassie op dit moment. En dan nog dreigt zij de boot te gaan missen.  
Want, terwijl meneer Cohen voorzichtig naar de derde versnelling doorschakelt, gewend aan het drukke stadsverkeer, lijkt hij al glansrijk door de SP met 130 (dat ook wel weer) gepasseerd te worden op de vrije spitsstrook, Emiel vrolijk manoeuvrerend achter het stuur van zijn dakloze convertible.
Terwijl het CDA aan een touwtje bungelt en de draai maar niet kan vinden, is meneer Rutte de lachende derde. Niet dat hij het CDA nodig heeft om te lachen. Bij hem is lachen een grondhouding, lijkt het wel. Zelfs wanneer er een ramp plaatsvindt, moet hij moeite doen om niet een voortvarend optimistische lach op het gelaat te hebben. Ik heb hem geloof ik, maar één keer niet zien lachen. Dat was toen hij zich met veel moeite uit een vergissing van 50 miljard moest zien te praten.
Misschien moeten we wel compassie met hen allemaal hebben.
 
top

2012 januari 09
Framing

Vanochtend stond in Trouw op de voorpagina een bericht van het bezoek van koningin Beatrix aan de Verenigde Arabische Emiraten. De bijgeplaatste foto toonde H.M. in abaya, een zwarte hoed van enige omvang en daarover een blauwe sjaal waarin hare majesteits hoofd gehuld was. In het artikel werd commentaar geplaatst van de zijde van de PVV. Europarlementariër Hartong sprak van “een wanstaltig gezicht” en ontkenning van de christelijke geschiedenis. Wilders had het over een “trieste wanvertoning”.
De Rijksvoorlichtingsdienst noemde de aangepaste kledij een kwestie van ’s lands wijs, ’s lands eer.
Hoewel ik het er een beetje belachelijk vond uitzien, dacht ik: “o.k. blijk van respect, niet verkeerd”. Ik dacht ook wel: “hoe zou het andersom werken?” Ik heb altijd de indruk dat onze cultuur, zeker binnen het officiële circuit, meer bereid is om rekening te houden met andere gebruiken dan andere culturen met onze gebruiken. Maar ja, wij nemen aan weinig aanstoot.
Toen ik op pagina tien las dat in Noord Nigeria honderden christenen op de vlucht waren voor islamitisch geweld kreeg ik een vervelend gevoel. Zeker toen ik las dat de radicaal islamitische beweging Boko Haram het noorden wenst te zuiveren en alle christenen had gesommeerd het gebied te verlaten.
Pagina een en pagina tien kwamen in mijn geest in een twijfelachtig verband staan. De kortste vertaling van dit gevoel is: wij wel en zij niet. Wij tolerant en zij niet.
De ratio nam het gevoel onder de loupe en zei dat je geen appels en peren kunt vergelijken. Blijken van wellevendheid hebben niets van doen met het intolerante en gewelddadige gedrag van radicalen van welke signatuur dan ook (zie blog van 28 december 2011 over beit sjemejs).
Maar dat die initiële gedachten bij me opkwamen identificeerde ik al een duidelijk geval van framing. Door de artikelen zo na elkaar te lezen en de beelden te zien werd mijn geest uitgenodigd om het oordeel te krijgen dat het kreeg.
Nieuwsbrengers en reclamemensen maken graag gebruik van framing. Door de manier waarop informatie wordt gegeven, wordt het denken van de lezer en waarnemer gemanipuleerd om te denken wat de zender wil.
We zien het dit jaar volop gebeuren en gaan gebeuren bij de aanloop tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
In dit geval was ik er bijna ingevlogen. Oppassen dus.

top    

2012 januari 07
Driekoningen
De viering van Driekoningen gaf me dit jaar aanleiding tot enige antropologische bespiegelingen. Een beetje chicque term voor enkele gedachten over wat een mens is of zou kunnen zijn.
Driekoningen heet ook wel het feest van epifanie, van de openbaring. Wat wordt hierin dan geopenbaard over ons menszijn?
We kennen het verhaal: drie wijzen trekken westwaarts om op zoek te gaan naar een bijzondere koning die pas geboren is. Aanvankelijk zoeken ze op de verkeerde plek, maar komen later uit bij een kwetsbare en puur menselijke setting alwaar zij de pasgeborene aantreffen. Daarin herkennen zij de menselijke openbaarwording van G-d zelf. In die openbaringsgestalte wordt G-d niet minder G-d en de mens niet minder mens. Het lijkt erop dat zij beiden juist daarin hun identiteit ontvangen, dan wel tot uitdrukking brengen.

G-d als de op het heil van mensen betrokken aanwezige. Niet alleen bij het menselijke aanwezig, maar erin. En de mens die door goddelijke inwoning niet van zichzelf vervreemdt, maar wordt wie hij is. De koninklijke mens, die eigenlijk alleen maar ten volle mens wordt door het bewustzijn van die goddelijke inwoning, minstens door het bewustzijn van zijn transcendente aspecten.

Dit is in schrille tegenspraak tot de banalisering van het mensbeeld in de populaire media. Daarin wordt de mens, naar mij toeschijnt, versmald tot zijn private en volstrekt immanente verlangens en behoeften. Een soort van: “Ik geniet dus ik ben”. Ook een filosofische antropologie die een mens opsluit in de ruimte van zijn fysieke bestaan, berooft hem van de mogelijkheid tot bovenpersoonlijke hoop en perspectief, mogelijk ook van boven zichzelf uitstijgende humane ambities.
De herkenning van de ander lijkt me nu juist het kenmerk van een menselijk bestaan. De mogelijkheid om de ander niet te zien als concurrent bij de voedselbank of de doorgifte van genen, bepaalt de menselijkheid van ons menszijn. Toch lijkt het soms alsof het alleen maar daarom gaat.
Geef mij maar mensen die geloven in het wonder, magiërs, en die zich laten openen om  op weg gaan om het wonder te zien. Geef me maar mensen die in staat zijn om te lijden en het lijden in de ander te herkennen. Geef me compassie in plaats van concurrentie. Wijsheid in plaats van slimheid. Liefde in plaats van kennis.
Ik denk dat we zo meer zouden beantwoorden aan die koninklijke mens en beter in staat zouden zijn te bewerken waar we allemaal van dromen en naar verlangen. 

top
 

 




2011 december 31
De laatste dag

Hoewel alles gewoon doorgaat, vinden we het belangrijk om van tijd tot tijd een cesuur aan te brengen en tijd te nemen om ons te verantwoorden. Je kunt dat bagatelliseren, maar er schuilt naar mijn idee een diepe betekenis in.
Door zo’n moment te kiezen, herneem je je in de tijd. Het is een tijdstip waarop je als het ware de regie over de tijd weer tot je neemt, in plaats van steeds maar voortgedreven te worden door de tijd. Hoewel ook dat misschien en fictie is, geeft het je de gelegenheid om je bewust te worden dat je auteur en schepper van je eigen leven  bent.
Terugkijken en vooruitblikken hoort bij zo’n moment.
Net als dankbaarheid, trots wellicht en in sommige gevallen spijt en ook voornemens en plannen voor de tijd die komt.
In de school van Pythagoras (je weet wel, van de stelling) deed men dat ook regelmatig. En in vrijwel alle religieuze tradities is een gewetensonderzoek gebruikelijk. De Pythagoreeërs stelden zich de vragen: waarin ben ik over de schreef gegaan, wat heb ik tot stand gebracht en welke plicht werd door mij niet vervuld. Vragen die te maken hebben met de juiste maatvoering, de ontwikkeling van je talenten en de houding ten opzichte van de medemens en de samenleving.
Is dat niet een mooi gebruik? Zou het aan te bevelen zijn om dat in het nieuwe jaar van tijd te doen. 
Niet alleen maar het populaire pas op de plaats maken om te kijken of je je eigen persoonlijke targets haalt, maar verantwoordend kijken naar je zelf in relatie tot wat je aan jezelf, aan de medemens en aan het grotere geheel waar je deel van uitmaakt, verplicht bent. 
Ik wens jullie allen een goede jaarwisseling, dank jullie allen voor het afgelopen jaar en tot in het nieuwe jaar.

top

2011 december 28
Beit sjemesj
Weerzinwekkend en schokkend vond ik de berichten over de houding van een aantal ultra-orthodoxe Joden in Beit Sjemesj jegens een achtjarig meisje. Het kind, duidelijk een Amerikaans immigrantje, durfde niet langer naar school te gaan omdat zij werd uitgescholden en lastiggevallen. Niet door kinderen, maar door orthodoxe volwassenen met zwarte kleren en hoeden, met peies en tsitsit. Ik noem deze details om aan te geven dat het mannen betreft die overeenkomstig thora en talmud beweren te leven. 
Het meisje en haar moeder waren als overtuigde en belijdende Joden naar Israel gekomen. En worden dan zo behandeld?
Deze volwassenen noemen het zeer bescheiden en fatsoenlijke meisje prostituee en hoer. Eén van die mannen zei nog betekenisvol dat hij een “gezonde kerel” was, hetgeen op zich in dit verband een erg ongezonde opmerking is.
Deze ultra-orthodoxe mensen lijken een wereldwijd fenomeen te vertegenwoordigen van een verkeerd begrepen politiek en religieus conservatisme.
In dit bijzondere geval overtreden zij niet alleen de regels van menselijk fatsoen, maar ook beledigen zij hun eigen religieuze bronnen.
Een meisje van acht jaar oud kan geen voorwerp van seksuele gedachten zijn. Door haar een hoer te noemen wordt zij geseksualiseerd op een wijze die op geen enkele manier bij haar leeftijd past, hetgeen ongeoorloofd is door de wetten van de staat en door de wetten van de religie waar zij aanspraak op maken.
In de manier waarop het meisje zich gedraagt, als onschuldig kind, kan zij eenvoudigweg geen aanstoot geven; zij is minderjarig, een q’tanah, en zeker geen bogeret, wettig huwbaar (zie het talmudtraktaat nidda).
Als derhalve dit arme kind onfatsoenlijke gedachten opwekt, is dat niet haar schuld, maar te wijten aan de vervuilde geest van de waarnemer. 
Deze orthodoxe mensen begrijpen hun eigen religieuze wetten niet. En, zoals zovele anderen doen, geven zij de schuld voor hun zondige gedachten en gedragingen aan anderen (beginnend bij Adam). “De vrouw, het kind heeft me verleid”; hoe vaak hebben we overtreders dit horen gebruiken als zielig excuus!
Dit meisje en deze orthodoxe mensen wonen in Beit Sjemesj, huis van de zon. Nu, het is zeker niet het huis van de opgaande zon van gerechtigheid en waarheid, maar eerder van de ondergaande zon en toenemende duisternis.

Moge het licht van de thora hen verlichten.

top

2011 december 02
Eichmann 

Onlangs (zie blog van 28 november) schreef ik in het kader van het kwaad iets over het Eichmann-proces. De aanleiding daarvoor was de Hannah Arendt lezing over de actualiteit van de banaliteit van het kwaad. Het refereert aan het boek van Arendt over dit proces. De banaliteit in de titel van het boek van Arendt slaat op de persoon van Eichmann. Een bureauman. Tegenover het kwaad dat hij mede heeft aangericht, zo verbluffend onbeduidend en banaal. 
Hij werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. 
Tijdens de biennale van Venetië dit jaar was er in een klein zaaltje een videoreconstructie van deze executie. Voornamelijk van wat er direct na de executie plaatsvond. Gemaakt door Dani Gal. Ik vond het buitengewoon indrukwekkend en was bij het bekijken ervan diep geroerd. Ik wil trachten dat uit te leggen.
Na zijn nachtelijk executie werd het lichaam van Eichmann in een speciaal daarvoor gebouwde oven in de kelder van de gevangenis waar hij verbleef, verbrand, in aanwezigheid van een Amerikaanse waarnemer. De resten werden in een soort emaillen melkemmertje verzameld en door een paar militairen in aanwezigheid van die waarnemer naar een geblindeerd busje gebracht. Daarmee reed men naar de haven en ging in een bootje van de kustpatrouille. Het geheel vond in vrijwel complete stilte en in het donker van de nacht plaats. Ver buiten de kust en de territoriale wateren, de coördinaten waren aan de betrokkenen niet bekend, werd de as in de Middellandse zee uitgestrooid. 
Opdat deze niet de grond van Israel zou verontreinigen. 
Opdat de plek op geen enkele manier een ziek soort bedevaartsplaats zou kunnen worden. 
Opdat zijn naam van het aanschijn van de aarde gewist zou worden.
Een man die aan het begin van de administratieve transportlijn stond waar miljoenen langs vervoerd werden en wier bestaan werd uitgewist in de rook van de ovens en verbrandingskuilen van concentratiekampen waarvan de namen alleen al verschrikking oproepen. Die ene, die overleefde, werd opgepakt, terechtstond, opgehangen werd en verbrand en uitgestrooid tegenover die miljoenen die werden opgepakt, geëxecuteerd, verbrand, weggewerkt. 
Door een makaber soort zorgvuldige administratie zijn zij niet naamloos verdwenen, ook al is hun plaats onbekend. Hun namen zijn voor eeuwig met Jeruzalem verbonden. 
En op een vreemde manier ook zijn naam. 
Ik denk dat door deze gedachten de tranen me in de ogen stonden toen ik keek naar die video over de annihilatie van Eichmann.

top

2011 november 28
Het kwaad 
Woensdag jongstleden hield Thomas Mertens, rechtsfilosoof, de Hannah Arendt lezing over het kwaad in de politiek. Als ondertitel: de actualiteit van de banaliteit van het kwaad. Dit onderwerp zal niet zonder reden gekozen zijn. 

In april dit jaar was het vijftig jaar geleden dat in Jeruzalem het Eichmann-proces van start ging (Voor de zekerheid wellicht, voor jongeren die niet weten wie Eichmann is: hij was de “administrateur”, de “boekhouder” van de sjoah, de holocaust). Bij dit proces was de joodse (politiek) filosofe Hannah Arendt aanwezig. In 1963 verscheen van haar hand Eichmann in Jerusalem, a report on the banality of evil.   
Het veroorzaakte nogal veel commotie. Sommigen dachten, volkomen onterecht, dat Arendt het aangerichte kwaad banaal noemde. Dat is natuurlijk volstrekte onzin. Voor wie het wel las, werd duidelijk hoezeer Arendt zich heeft verbaasd over de banalitiet van de dader. Eichmann kwam op haar over als een onbeduidende bureauman, die eenvoudig deed wat hem werd opgedragen, vrijwel Gedankenlos (wat niet helemaal hetzelfde is als gedachteloos). 
Als politiek filosofe hield zij zich bezig met de aard en de impact van totalitaire systemen. In Eichmann zag zij zo’n systeem met zijn nefaste kwaad aan het werk. Zij vond eigenlijk dat het proces moest gaan over de strafbaarheid van Eichmann, voor hij als dader berecht zou kunnen worden. Als dader zou hij verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor zijn bijdrage aan de vernietiging van miljoenen Joden. Maar als niet vermogend onderdeel van een destructief, de mogelijkheid van vrije wil uitschakelend, totalitair systeem ligt dat mogelijk anders. Waar is de eigen verantwoordelijkheid en dus strafbaarheid, wanneer men onderdeel is van een oppermachtig systeem dat gericht is op blinde gehoorzaamheid en alle ongehoorzaamheid (alle Zivilcourage) genadeloos afstraft?
Voor Hannah Arendt kwam de rechtsfilosofie vóór het strafrecht en daarmee laadde zij het odium op zich het daderschap van Eichmann te bagatelliseren en voorbij te gaan aan het leed van miljoenen geïnterneerde en vernietigde mensen. Ik ben ervan overtuigd dat dat niet de bedoeling van Hannah Arendt was.
We kennen de afloop van het proces. Eichmann werd ter dood veroordeeld. Misschien niet eens op grond van een relatie tussen opzettelijk gepleegde daden en al of niet geïntendeerde afschuwelijke gevolgen, maar op grond van zijn, misschien niet geheel bewuste, maar wel daadwerkelijke, bijdrage aan een tot dan toe ongezien intens en omvangrijk kwaad, waarvan de schrijnende verhalen van overlevers getuigenis aflegden in de rechtszaal.
Het maakt duidelijk dat het spreken over “het kwaad” niet zonder problemen is. Het kwaad suggereert een objectieve zelfstandige instantie die de menselijke verantwoordelijkheid kan overrulen. Die machtiger kan zijn dan het individuele menselijke geweten en diens wilsvrijheid. Dat is een gevaarlijke benadering, die naar mijn smaak alleen in zeer uitzonderlijke gevallen als verschoningsgrond zou mogen gelden. Te vaak worden we geconfronteerd met mensen die er een beroep op doen om hun verantwoordelijkheid voor een misdrijf (bv. geweld of misbruik) uit de weg te gaan.
Zelfs het onderdeel zijn van een systeem van geweld ontslaat iemand niet per se van diens persoonlijke verantwoordelijkheid en dus van strafvervolging voor misdaden tegen de menselijkheid. 
Het Deense paviljoen op de biennale in Venetië stond geheel in het teken van de belichting van de werkelijkheid, al of niet vanuit een totalitair systeem. Zo waren er hevig politiek geretoucheerde Chinese en Russische foto’s te zien. De oorspronkelijke naast de uiteindelijk gepubliceerde. Het is onthullend hoe systemen met de werkelijkheid, de waarheid, omgaan. De opvattingen van de waarnemer worden bepaald door het zicht op de werkelijkheid dat door de propaganda wordt voorgespiegeld. Een geweldige interpretatie van het thema van de biennale van dit jaar, illumiNATIONS. 
Er hing ook een foto van een compleet gemolesteerde jonge vrouw. Het was een reconstructie, een afspiegeling, van een werkelijk gebeurd feit, dat niet aan het licht mocht komen, aangezien het niet past in het beeld dat een beschaafde natie van zichzelf zou willen hebben. Een veertien-jarig Afghaans meisje, door Amerikaanse soldaten herhaaldelijk verkracht en in elkaar geslagen en geschopt. 
Welk systeem van geweld, welke opvattingen omtrent zo’n meisje maken hen tot daders? Welke propaganda heeft hen gevormd? Van welk systeem dat de normale gewetensfunctie uitschakelt, zijn zij een onderdeel? Wat hier wordt misdreven is zeker objectief kwaad.  
Maar ook objectief kwaad wordt door mensen bedreven.

top

2011 november 15
Kindermishandeling

Deze ochtend stond in Trouw een bericht over de mogelijke sluiting van de Utrechtse polikliniek voor kindermishandeling. Dit doordat mogelijk volgend jaar de subsidie voor dit instituut stopgezet wordt. Dat zou werkelijk onbegrijpelijk zijn!
De polikliniek is een hooggespecialiseerd instituut voor de diagnostiek van kindermishandeling. Een overheid die zegt belang te hechten aan de bescherming van de geestelijke en lichamelijke integriteit van het kind, maakt zichzelf volstrekt ongeloofwaardig wanneer zij daar geen middelen voor ter beschikking stelt. Een goede diagnostiek is voor alle partijen van groot belang voor de beoordeling of er werkelijk sprake is van misbruik en in welke mate.
Onbegrijpelijker is het gezien de toename van het aantal meldingen van mogelijke mishandeling en de toename aan onderzoeksbehoefte.
Een goede samenleving neemt haar verantwoordelijkheid met betrekking tot de bescherming van de meest kwetsbaren in haar midden serieus. Kinderen behoren daar in de eerste plaats toe.
De verregaande invloed van misbruik en mishandeling op het leven van kinderen is moeilijk te overschatten. De gevolgen lopen een heel leven mee. Kinderen worden er tot in hun kern door beschadigd. 
Hoe eerder men kan ingrijpen, hoe beter. Maar dat moet dan wel op een verantwoorde manier kunnen gebeuren. Niet op grond van wilde geruchten en aannames, maar op grond van een goede diagnostiek.
En als het dan gaat om kosten, dan zou men zich dienen te realiseren wat de kosten zijn voor de samenleving van verminkte levens.
Slachtoffers van misbruik kunnen maar met zeer grote moeite loskomen van de gevolgen die het misbruik op hen heeft gehad. Hoe langer het misbruik heeft geduurd en hoe intensiever het is geweest, des te kleiner is die kans. Helemaal lukt dat waarschijnlijk nooit. Op een of andere manier zijn dader en slachtoffer in de periode van grooming en misbruik met elkaar verweven geraakt.
Dat wordt ook duidelijk in een boek als van Margaux Fragoso Tijger,Tijger
De Oostenrijkse Markus Schleinzer laat het zien in zijn filmdebuut Michael , dat vanochtend in Trouw werd aangekondigd, een film die aanstaande donderdag in de Nederlandse filmhuizen in première gaat (zien, lijkt me).

Het handelt over een man die een volstrekt normaal saai leven speelt en die een relatie ontwikkelt met een jongetje van tien dat hij in zijn kelder houdt. Er ontwikkelt zich een netwerk van complementaire interacties waardoor het isolement (de kelder) versterkt wordt en er een geestelijke afhankelijkheid ontstaat waarin dader en slachtoffer steeds meer verwikkeld en verstrikt raken.
Wat in de film met kelder wordt aangeduid, gebeurt echter ook wanneer zich een pedofiele relatie ontwikkelt. De dader separeert in toenemende mate het slachtoffer van zijn omgeving, zodat er een eigen domein ontstaat waarin de dader de reacties van het slachtoffer dicteert en afhankelijkheid creëert. Niet altijd uitmondend in seksuele handelingen, maar vaak ook wel. Het is juist die afhankelijkheid en het gevoel bij het slachtoffer de dader zo goed aan te vullen die het voor het slachtoffer zo moeilijk maken om grenzen te stellen en na afloop weer te hervinden. 
Dat de dader op een bepaalde manier ook verslaafd is aan het slachtoffer moge duidelijk zijn. Maar dat neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid ligt bij de dader.
Omdat mensen dit soort fenomenen emotioneel beladen vinden en er liever niet over nadenken, is het des noodzakelijker om er wel aandacht aan te besteden. En om slachtoffers, die toch al moeite hebben om geloofd te worden, ruimhartig bij te staan.

top 

2011 november 09
Wat er gebeurt
Vorige week bezocht ik voor het eerst een netwerkbijeenkomst van reliprofs. Georganiseerd door Anne Stael die met haar bedrijf “Zien wat onzichtbaar is” initiatieven ontplooit op het vlak van religie en maatschappij.
Het is werkelijk verbazingwekkend hoeveel mensen met een theologische achtergrond als zelfstandige ondernemer werkzaam zijn. Die letterlijk werk maken van (hun) geloof. 
Opvallend herkenbaar was dat bijna alle mensen die ik sprak, wilden leven en werken vanuit een ander belang. Dat men waarde wilde toevoegen aan de samenleving. 
Het waren niet de kritische vertegenwoordigers van een alternatieve samenleving die hier bijeen waren. Niet degene die vanuit hun opvattingen slechts een negatief beeld van de maatschappij koesterden. 
Wat zij gemeen hadden was een idealistische openheid naar de samenleving, een openheid die de werkelijkheid als, zij het soms weerbarstige, mogelijkheid wil beschouwen.

Het bracht me op de gedachte dat je van de wereld moet houden om haar te kunnen veranderen. Of, om in de maand van de spiritualiteit te blijven, haar te doorgeesten. 
Voor wie gelooft is de wereld immers geen neutraal gegeven. Ook geen fait accompli. Zij is geen voldongen feit en heeft een bedoeling, een richting. Dat is nu precies wat in het ideaal, in het geloof wordt verwoord. Idealisme en geloof openen de wereld van feit naar mogelijkheid. Van gegeven naar gave. Van materiële bepaling naar opdracht. Van onontkoombaarheid naar toekomst. In geloof heeft de wereld theologale waarde. 
Wat er gebeurt is niet dat wat er nu eenmaal gebeurt. Het is niet onafwendbaar, het kan ook anders. Immers veel van hetgeen gebeurt, gebeurt door ons. En als het niet door ons gebeurt, gebeurt het in ons, in onze receptie.
Daarom vond ik het fijn zoveel mensen te ontmoeten die op een positieve manier op de samenleving betrokken willen zijn vanuit hun idealen en geloof. Die buiten de vaste kaders van de ideologische instituties willen nadenken over de uitgangspunten en doelstellingen van onze samenleving en van het menselijk ondernemen. En die op eigen last en risico aan de verwerkelijking ervan hun steentje willen bijdragen.

top
 
2011 november 01
Mauro

Eerder dit jaar heb ik gepleit voor korte procedures in verband met asielaanvragen. Het onrecht dat ontstaat wanneer mensen langere tijd bij ons verblijven en alsnog uitgezet worden, is des te schrijnender wanneer het kinderen betreft.
Met Mauro is dat het geval. Het lijkt me een lieve, misschien niet al te slimme, rustige jongen. Dat vind ik al een hele prestatie gezien zijn omstandigheden en geschiedenis. 
Ik begrijp nog steeds niet hoe het kan dat een kind door een moeder op transport naar een ander (beter?) land kan worden gezet. Welk een wanhoop moet de moeder hebben? Wie vervoert zo’n kind?
Hij is opgevangen en nu hij volwassen (nou ja) is, mag hij terug. Thuis in den vreemde, ontheemd thuis.
Wat is het perspectief? Waar de menselijkheid? Huizen wij in Nederland niet een internationaal hof dat iets met menselijkheid van doen heeft?

Ik begrijp heel goed dat ook hier weer allerlei onderbuikgevoelens en kortstondige emoties worden gemobiliseerd. 
Maar toch. Wat we opgediend krijgen is wel de misselijkmakende cocktail van de vaderlandse politiek. De meurende uitwerpselen van een door electorale horigheid bedorven politiek lichaam. Het beschamende verraad aan politieke integriteit. Het verkwanselen van idealistische uitgangspunten voor de ordening van de samenleving. Bravo minister, bravo Tweede Kamer, bravo partijcongres!
Van de PVV verwachten we natuurlijk niet anders. Maar dat ieder aan de leiband loopt is wel beschamend. A fortiori geldt dat voor de, ook zelfverklaarde, dissidenten binnen het CDA.

Het CDA moet de maand van de spiritualiteit maar eens goed gebruiken om na te denken over haar stand- en vertrekpunt. Met andere woorden: waar zij voor staat en waarom zij niet zou vertrekken. 

top 

2011 oktober 20
Ghadafi
Deze avond ontvangen we weer beelden uit Sirte waar al tijden wordt gevochten. De stad lijkt totaal verwoest. Bij elke reportage uit Libië de afgelopen tijd zagen we mannen in de lucht schieten en overwinningskreten slaken, Allah aanroepend. Vrouwen schreeuwend,  het karakteristieke geluid met de tong makend.
Deze avond was het allemaal nog een graadje erger.

We zagen beelden van de eerst nog levende, en al snel dode Ghadafi. Een bloedend en totaal ontluisterd lichaam van een door groeiende waanzin gegrepen dictator. De bevolking leek verheugd dat er een einde aan de strijd was gekomen. Dat de leider eindelijk gegrepen was en gedood.
Ik heb er heel gemengde gevoelens bij. Ik zie beelden van een in praalkostuum gestoken man die omhelsd wordt door Blair. Een hand was zeker voldoende geweest. 
Een man die met foto’s op zijn borst geplakt in Italië van een vliegtuigtrap strompelt en door Berlusconi koeltjes wordt ontvangen, maar hoewel beledigd, vriendelijk genoeg om de olie en andere economische belangen veilig te stellen. Een man die veertig jaar lang, ook van de CIA, de kans heeft gekregen om te doen wat hij deed. Die nu de internationale verontwaardiging en die van zijn volk over zich heen heeft gekregen.
Dat zo’n man wordt afgezet lijkt me meer dan terecht. Maar deze hele vertoning vind ik toch beschamend en ontluisterend. 
Had ik maar het vertrouwen dat er iets goeds uit voort zou komen.
Hoe gaat nu eigenlijk in Tunesië, in Algerije, in Egypte? Hoe staat het met dat hele achterland van Libië? 
Ghadafi is gewoon gelyncht, terecht of niet. De officiële woordvoerder die het nieuws  bekend maakte, leek me moeite te hebben zijn gezicht in de plooi te houden om een ernstige, kalme indruk te maken en niet al te zelfvoldaan te lijken en te gaan juichen.
Ik vraag me in gemoede af wie de eerste zal zijn die het gebral weer laat klinken. Er staan er een paar in de rij lijkt me zo.
De buitenlandse bedrijven en investeerders zullen zich waarschijnlijk al weer spoedig melden. Zij zullen de mensen die toegankelijk zijn voor omkoping, zo snel mogelijk in het zadel helpen, zodat ook weer zo snel mogelijk het business as usual zijn voortgang kan vinden.
Verandert er iets fundamenteels in de samenleving? Krijgen degenen die de strijd om ideële redenen begonnen zijn, een beter bestaan en meer kansen op arbeid?  En zij die er hun leven voor hebben gegeven, heeft hun dood enige zin, een positief gevolg? Krijgt hun familie, krijgen hun kinderen het beter?
Waarom denk ik dat ik op al die vragen nee moet antwoorden? 
Ben ik te cynisch? 
Ik geloof graag en van harte in een betere wereld. Ik geloof in de strijd daarvoor.
Maar niet op deze manier. 

top  

2011 oktober 08
San Salvator 

Wat een mooie naam voor een parochie, San Salvator. Het herinnert aan bevrijdingstheologie (San Salvador). Aan de Bevrijder bij uitstek. De Verlosser.
De laatste tijd weer veel in het nieuws, deze parochie in Den Bosch.
De parochie gaat een eigen weg. Al jaren. Afgekeurd, maar gedoogd door het juridisch gezag.
Er is een kentering. Een zwakke bisschop wordt overruled door hardliners.

Is wat in de Salvator gebeurt kerkordelijk goed? Nee. Is het slecht? Nee.
De gemeenschap zoekt en vindt al jaren een manier om antwoord te geven op vragen van gelovige mensen die zich minder thuis voelen in een kerk van waarheid en regel. 
Aan deze kerkgemeenschap lijkt een eind te komen door de benoeming van een verklaarde tegenstander als parochus/administrator. 
Het is onvoorstelbaar dat deze man zich anders dan repressief tot de geloofsgemeenschap kan verhouden. Daarom is het onvoorstelbaar dat de betreffende bisschop zo’n benoeming doet. Hij kan weten dat hij aanstuurt op een verwijdering.
Als pontifex bouwt hij geen brug, maar verbreedt de kloof tussen het bestuurlijk gezag en de geloofsgemeenschap.
De Salvator is een zeer actieve en betrokken katholieke geloofsgroep, die waardevol is voor het leven van de locale kerk. Zoekend naar vormen en antwoorden, in een pogen zich als levende geloofsgemeenschap te verhouden tot vragen van gelovige mensen. In openheid naar de concrete situatie van die mensen. 
Situaties die allemaal niet precies in de catechismus staan, en als ze erin staan wellicht een ander antwoord dan het catechismusantwoord behoeven. 
De bisschop zou wijs genoeg moeten zijn deze geloofsgemeenschap te laten bestaan, zoals een vader al zijn kinderen liefheeft. 

top 

2011 september 18
Venetië
De komende week zal ik in Venetië zijn om te genieten van onder andere de biënnale.
Ik vind Venetië de mooiste stad van de vele steden die ik ken. Niet zozeer rond de San Marco, maar even een zijstraat in en naar een klein plein met een kerk en een palazzo, waarvan er zovele zijn. De meeste toeristen die naar Venetië zien La Serenissima nauwelijks, alleen de drukte in die twee straten en pleinen waar zij komen.
Maar juist de verstilde grachten en huizen en het leven van de lokale bevolking is zo prachtig. 
Daarnaast is er in de musea en kerken zo’n overweldigende hoeveelheid kunst dat je er met gemak een aantal Europese musea een groot plezier zou kunnen doen om er een paar stukken aan uit te lenen. Maar goed dat heeft Napoleon al geprobeerd, zij het naar het Louvre.
Het is altijd geweldig op tijdens de biënnale met de modernste ontwikkelingen in de internationale kunstwereld geconfronteerd te worden. Het opent je denken naar een onvermoede blik en is zeer verrijkend. 
Ik hoop na deze week daar over te kunnen berichten. Tot dan.
 
top

2011 september 11
ground zero

Vandaag tien jaar geleden werden New York, de Verenigde Staten en de wereld geschokt door een aantal aanslagen met vliegtuigen die als bewegende bommen zich in een aantal gebouwen boorden. Toen ik de beelden op televisie zag, was ik totaal geschokt. Het was zo onwerkelijk en infernaal. Mensen die stierven met de mobiele telefoon in de hand. Mensen die zich in paniek uit de vensters van de WTC gebouwen in de diepte stortten. Om maar niet te denken aan wat zich op de trappen en in de kantoren van de gebouwen heeft afgespeeld.
Kort erna begon de begrijpelijke roep om vergelding. Gespierde taal. Amerika was in het hart en in zijn trots geraakt. Ik sprak toen de wens uit dat die lege plek op een of andere wijze zou blijven bestaan. Als een herinnering aan de kwetsbaarheid van het bestaan. Zelfs van het machtigste lichaam. Maar ook als een monument van pijn, voor de overlevenden, de nabestaanden van de slachtoffers, de hulpverleners, voor de Verenigde Staten zelf. Als een herinnering aan waar dominantie en geweld toe kunnen leiden. Niet zo snel mogelijk weer opbouwen en nog grotere dingen er neer zetten. De herinnering uitwissen en verder gaan op dezelfde voet. 
In 2005 stond ik bij de enorme put en bij het stalen kruis uit draagbalken vervaardigd, met tranen in de ogen naast de vele Amerikanen uit allerlei staten die daar op dezelfde wijze stonden te kijken. 
Ik ben nu, tien jaar later, blij met het monument op ground zero. Met de deemoed en veerkracht van deze plaats. De namen die er levend worden gehouden. Met het water dat er stroomt als symbool van het leven dat stromen blijft.

top

2011 september 09

Bergrede
Vandaag een aantal bezinningsdagen afgesloten waarin ik me met een groep mensen heb beziggehouden met de Bergrede. Buitengewoon leerzaam en verdiepend. Voor mij als begeleider niet minder dan voor de deelnemers.
De Bergrede is een pleidooi en richtlijn voor gerechtigheid. Niet alleen als een uitwendig gedrag, maar zeker ook als een innerlijke houding. De intentie en de handeling moeten op elkaar aansluiten. 
Te vaak zien we een verschil tussen uiterlijk gedrag en bedoelingen. Sommige mensen doen heel aardig, maar dragen afgunst en haat in het hart. Praten mooi, maar koesteren bedrog in het hart.
De Bergrede legt grote nadruk op de oprechte liefde waarmee we elkaar tot recht mogen brengen. 
Het spoort ons aan te groeien in barmhartigheid, mededogen, naasteliefde, verbondenheid, integriteit en oprechtheid. Het zijn deze kwaliteiten die, wanneer zij worden beoefend, de vervulling van wet en profeten vormen en die het visioen van een goede wereld naderbij brengen. 

top
 
2011 augustus 26
Erfgoed

Vanmiddag brachten we op uitnodiging een bezoek aan de Amersfoortse vestiging van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is gevestigd in een hypermodern gebouw aan de spoorlijn. Vlakbij het station, bij het oude gasthuis en de koppelpoort. Als een verbindingsbrug tussen heden en verleden. Onderdeel van de dynamiek van de geschiedenis. 
Het was een geweldige ervaring. We werden ontvangen en rondgeleid door een zeer kundige en enthousiaste curator. Hij gaf ons een inkijk in de collectie en de dienstverlening van de Rijksdienst. 
De Rijksdienst beheert een enorm geheugen van de geschiedenis van het roerend en onroerend erfgoed van ons land. Een enorme databank aan documenten, brieven, tekeningen, schetsen, gravures, beschrijvingen, foto’s van onroerend goed, roerende zaken, kunstwerken als bruggen, kanalen en andere waterwerken, vestingwerken, fortificaties en de ruiming ervan. Bovendien een enorme bibliotheek aan boeken en tijdschriften en een digitaal beschikbaar gegevensarsenaal.
Geweldig.
Het is een belangrijke bewaarplaats van onze culturele geschiedenis. Voor ieder toegankelijk. 
In het algemeen zijn we ons niet zo bewust van onze culturele inbedding. De locatie bij het station is in die veelzeggend. De trein die er aankomt, komt ergens vandaan en gaat ergens heen. Wij reizen een deel mee. Zo is het ook met ons. 
De tijd waarin we geboren worden en leven heeft een verleden en een toekomst. We komen in een voorgegeven en voorgevormde werkelijkheid die een geschiedenis heeft en een toekomst. Een bestaan dat verdergaat dan wij. In de tijd dat wij er zijn drukken we een stempel op die geschiedenis. Zelfs een stempel op de perceptie van wat geweest is. Om te begrijpen wie we zijn hebben we inzicht in dat proces nodig. 
De wereld vormt ons en wij vormen de wereld.
Er wordt ons een schat aan traditie aangereikt en wij mogen dat cultureel erfgoed met onze eigen bijdrage daaraan weer doorgeven aan volgende generaties.
Cultuur is geen consumptiegoed, maar een wijze van omgaan met de wereld. Bij cultuur hoort per se een besef van verleden en toekomst, kortom van geschiedenis.
Het is een zegen dat er plekken zijn waar het besef voor traditie levend wordt gehouden en die traditie zelf zichtbaar wordt gemaakt. De Rijksdienst is zo’n plek en een bezoek meer dan waard.
Een groot deel van het gebouw is openbaar toegankelijk en de bibliotheek voor iedereen te gebruiken. Voorts is een groot deel van de collectie gedigitaliseerd en via de site te downloaden. Het bezoekadres is Smallepad 5. het internetadres cultureelerfgoed.nl 

top        

2011 augustus 24
Weer zo’n Brabants dorp

Was er vorig jaar commotie rond een weigerpastoor die de homoseksuele prins carnaval de communie ontzegde, nu is Liempde in het nieuws met een andere weigerpastoor. 
Deze ontzegde de nabestaanden een kerkelijk afscheid, omdat de overledene euthanasie had ondergaan.
De pastoor zou door de handelwijze van de overledene in gewetensnood gekomen zijn. Ik zou bijna zeggen: “ach gosj”.
Heeft zo’n man nu werkelijk geen ander pastoraal antwoord dan de weigering om een dienst te doen? Hoe is deze man opgeleid voor het parochiepastoraat?
Zijn beslissing lijkt me zelfs niet in overeenstemming met het standpunt van de kerk.
De kerk veroordeelt de actieve euthanasie en de terminale sedatie wanneer die alleen tot doel heeft het leven te bekorten.
Men gaat ervan uit dat de kennis en kunde van de mens erop gericht moeten zijn om het leven te behoeden en te bevorderen. Daar is natuurlijk niets tegen in te brengen. Integendeel, dat is een goed en prijzenswaardig streven. Het actief ingrijpen in het levenseinde lijkt daarmee strijdig en is dus niet toegestaan. Maar tussen wat niet is toegestaan en wat menselijkerwijze voorligt om te doen, zijn heel veel nuanceringen. De keuzes met betrekking tot ingrepen in het leven zijn zelden klip en klaar. Zelfs een verkeerde keuze kan met begrip en mededogen omringd worden.
We hebben niet alleen de opdracht om het leven te beschermen en te bevorderen, maar ook om het in gelovige zin te aanvaarden als een gave, met alles wat het brengt. Het levenseinde, ook als dat bezwaard wordt met lijden en ontluistering, verandert daar niets aan. Het is daarmee te meer een uitnodiging om het leven uit handen te geven en toe te vertrouwen in overgave aan de schepper van dat leven. De begeleiding van het levenseinde zou dat proces moeten faciliteren; door pastorale begeleiding, pijnbestrijding, sedatie, verlichting in lichamelijke en spirituele zin. Er is van de zijde van de kerk geen bezwaar om gebruik te maken van de medicatie die dat doel dient. Het actief beëindigen echter wordt gezien als een ingrijpen in het domein van de scheppings- en liefdes-relatie tussen God en de individuele mens.  
Ik hoop dat de pastoor zijn aandeel in de verlichting van het lijden van de overledene wel  heeft genomen. Welke beslissing de patiënt uiteindelijk heeft genomen, behoort tot het domein van het eigen geweten en de relatie van de overledene met zijn schepper.
Ook als is de pastoor het niet eens met de keuze van zijn parochiaan, dan nog kan hij hem aanbevelen in de barmhartigheid van de Eeuwige, wiens liefde ons gelijk te boven gaat.
Bovendien heeft hij ook een plicht jegens de parochie en de nabestaanden. Hij had juist in deze afscheidsdienst heel veel goeds kunnen doen, zelfs wanneer hij gezegd zou hebben dat hij persoonlijk met de keuze van de overledene veel moeite heeft. Hij had mensen hierin kunnen helpen. Hij had kunnen vertellen over het geweten, over Gods liefde en barmhartigheid die onbegrijpelijk zijn tegenover het lijden en het levenseinde. Hij had kunnen vertellen over de twijfel, de pijn, het moeilijke van een beslissing en hij had troost kunnen bieden. Dat heeft hij allemaal niet gedaan en daarmee is het voor eeuwig niet gedaan. 
Hij heeft niet alleen een kans gemist, maar ook een ambachtelijke misser gemaakt en zijn opdracht om God zichtbaar te maken en te bemiddelen niet vervuld.   

Wat de overwegingen van de Liempdense pastoor zijn geweest, weet ik natuurlijk niet en zal ik ook niet te weten komen. Wel weet ik dat hij de nabestaanden heeft gestigmatiseerd. Hij heeft hun de mogelijkheid van een afscheidsritueel binnen de kaders van hun geloof ontzegd. Hij heeft daarmee het afscheid bezwaard met schuld. Dat lijkt me niet pastoraal en niet barmhartig.

top

2011 augustus 11
Tegenwicht
     
Woensdag stond in Trouw een dubbelinterview met de joodse Elisa Klapheck en de rooms-katholieke Gerard de Korte. Aanleiding is de religieuze motivatie die op de achtergrond van de daden van de Noorse moordenaar meespeelt. Daar wil ik verder niet op ingaan, want de religieuze motivaties zijn naar mijn smaak cosmetisch (zie ook mijn engelse blog van 1 augustus). Ook zou ik het liever niet weer over de RK kerk hebben. Maar de wijze waarop de rk-kerk gestructureerd is en de manier waarop zij met waarheid(saanspraken) omgaat, bieden wel degelijk de mogelijkheid tot bepaalde vormen van ideologisch gedrag.
In een open, democratisch gestructureerde omgeving waarin de macht wordt gecontroleerd, is dat, in ieder geval van institutionele zijde, veel minder aan de orde. Hoewel exceptioneel individueel gedrag natuurlijk nooit uit te bannen valt. 
Zo’n open structuur heeft de rk-kerk niet.
De Korte komt in het artikel heel gematigd en redelijk over en dat is voor het imago van de kerk meegenomen. Maar hij redeneert ook zeer katholiek. Daaronder versta ik redeneringen die ogenschijnlijk heel redelijk zijn, maar niet kloppen. Bisschop Eijk is er een meester in.
Ergens in de tekst zegt De Korte dat de rk-kerk een christelijk humanisme verspreidt dat staat voor menselijke waardigheid, solidariteit en geweldloosheid. 
In beginsel is dat natuurlijk niet te ontkennen. Het christendom is een humanisme pur sang. Dat heeft van doen met de menswording van de Ene in Christus, een van de theologische pijlers van het christendom. Met de menswording is, naast de scheppingsoorsprong, een bijzondere inhoud aan de menselijke waardigheid gegeven. Het broeders en zusters zijn, dat ingeschapen is, wordt in en door Christus bevestigd en versterkt. Dit ligt ten grondslag aan het imperatief van solidariteit. Die verhouding versterkt het aloude gebod om niet te doden. Bij uitbreiding betekent dat: de naaste, die broeder of zuster is, geen geweld aan doen. 
Dit klinkt allemaal heel verheven, en dat is het ook. Het verwoordt waartoe iedere mens geroepen is. 
Wanneer je nadenkt over een organisatiestructuur waarbinnen de genoemde waarden het beste worden gewaarborgd, zou je moeilijk uitkomen bij de rk-kerk. Deze wordt immers autoritair geleid. De waarheid, regels en normen worden eenzijdig bepaald. Het broeders-en-zusters-zijn krijgt geen gestalte in gelijkwaardigheid. Sommige goedwillende mensen worden uitgesloten van sacramenten en daardoor geweld aangedaan. 
Over de feitelijke inhoud en de uitwerking van de gehanteerde waarden kan dus nogal wat verschil van inzicht bestaan.   
Aanspraken op heilige ordening van leiding en gehoorzaamheid, goddelijke openbaring en authentieke interpretatie door centraal leergezag, bevorderen de vrije dialoog niet. Hierdoor worden mensen uitgesloten van deelname aan de waarheidsvinding van de kerk.
Ongelijkwaardigheid en onderdrukking zijn inherent aan de structuur van de rk-kerk. Dat wat idealiter wordt beleden, vindt geen plek in de feitelijke gestalte van de kerk als menselijke werkelijkheid.
Wanneer het in het artikel gaat over macht, noemt De Korte niet de kerk zelf als instituut, maar duidt op het gevaar wanneer mensen, zelfs christenen, teveel macht krijgen. “Daarom moet macht gecontroleerd worden door een tegenhanger”, zegt hij. Dit geldt kennelijk niet voor het instituut. De kerkleiders monopoliseren al eeuwen de macht binnen de kerk. Die is niet onaanzienlijk. Binnen de kerk is er geen serieus genomen officiële structuur die de macht controleert. De controle wordt uitgeoefend door degenen die zijn geballoteerd en die al tot het machtsblok horen.
Wat De Korte impliceert is dat christenen moeten worden gecontroleerd en het instituut gesauveerd (wat kort door de bocht).
Dit lijkt me niet in overeenstemming met de uitgangspunten. De christelijke uitgangspunten nodigen uit tot een platte congregationele organisatievorm met een inspirerend evangelisch tegenover. 
De rk-kerk als zodanig is natuurlijk niet een op een verantwoordelijk voor individuele aberraties en andere uitwassen zoals Catholica. Maar zij reikt wel het betekeniskader aan waarin zij zich kunnen verstaan. 
Een beweging waarin individuele vrijheid en verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid en democratisch overleg, broederlijke/ zusterlijke dialoog belangrijke waarden zijn, zal zich daarin moeilijk kunnen vinden of er haar verstaanskader in aantreffen. 

top
  
2011 augustus 03
(De) kunst (van het) kijken
                                                     
Onlangs mocht ik me uiteenzetten met het werk van beeldend kunstenaar Marthe Wéry (1930-2005). Zoek haar maar eens op op het net.
Op de overzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum was een aantal spannende objecten.
In een vrij kleine zaal bevond ik me tegenover een groot tweeluik. Het linker deel overwegend donkerpaars met duidelijke lichtere structuren. Het rechter bijna zwart, hermetisch. In eerste instantie zag ik alleen dat donkere veld. Toen mijn ogen gewend raakten aan het zwarte paneel (acryl op hout), begon ik meer te zien. In de rechter bovenhoek van het paneel waren nu duidelijk verschillen te zien van lichtere en donkerder structuren. Ik zag er zelfs een wittig puntje en een rood in het kwadrant rechtsonder. Naarmate ik langer keek, begon het duister te spreken en zich te openbaren, te onthullen.
Het linker, helderder paneel openbaarde zijn inhoud als het ware onmiddellijk, voor het rechter moest ik dichter naderen en langer kijken. Het trok mij naar zich toe en pas toen ik er de tijd voor nam erbij stil te blijven staan, deelde het zich aan me mede en ontstond er een diepere onmiddellijkheid in de relatie tussen de kijker en het object. Die van de waarneming. Terwijl bij het gewone kijken het ding een ding blijft en ik me als waarnemer ook niet ontplooi, maar een soort consument blijf. 
Een mooie kijkervaring en prachtige les, ook over de manier van mijn kijken.

Vanmiddag stond ik bij de vijver in het water te kijken. Als je snel kijkt, weerspiegelt het oppervlak alleen wat buiten zich is. Wanneer je beter kijkt zie je van alles zich op dat oppervlak afspelen. Bij een bepaalde invalshoek kun je dieper kijken en zie je zelfs wat er op de bodem ligt.
Weer werd ik getroffen.
Niet zelden betrap ik me erop dat ik snel naar de dingen kijk en denk dat ik weet wat iets is. Dat de werkelijkheid zich onmiddellijk meedeelt. In heel veel gevallen is zo’n blik voldoende, in het verkeer bijvoorbeeld.  Maar bij kunst en in het menselijk verkeer, bij de complexe structuren van onze werkelijkheid is dat in ieder geval niet zo. De werkelijkheid is gelaagd. We hebben niet voldoende aan de onmiddellijkheid, aan de oppervlakkige en kortstondige beschouwing.
Willen we iets van het leven begrijpen, van onze maatschappij, van de schepping dan moeten we erbij stil staan en nauwgezet kijken. We kunnen niet dieper in onze werkelijkheid doordringen, wanneer we blijven hangen bij de buitenkant. Of wanneer we in de reflecties van de werkelijkheid alleen ons spiegelbeeld zien en het spiegelbeeld verslijten voor de werkelijkheid.
Alles om ons heen is erop gericht om processen te versnellen. Wat gaat daardoor aan ons voorbij, wat missen we? 

Marthe wil ons misschien door haar panelen wijzen op onze snelle en oppervlakkige manier van kijken. Zij lijkt  ons uit te nodigen om stil te staan en daardoor te ervaren wat er nog meer te zien is. Wanneer we onszelf in staat stellen te zien en de werkelijkheid de gelegenheid geven zich aan ons te openbaren. Het is een proces van verdieping en van verinnerlijking, van kijken naar zien naar schouwen (Schouwen als de diepere onmiddellijkheid van een wetende wijze van zien). 

top    
 
2011 augustus 01
Duidelijkheid

Het moet nu maar eens duidelijk zijn, lijkt de reclassering gezegd te hebben. Op de vraag hoe dat dan moet, viel een korte stilte. De buitendienstmensen zeiden dat ze langs de snelweg wel eens mensen zagen die aan het werk waren met oranje hesjes aan, met reflecterende strepen erop. Die zijn goed herkenbaar voor de langsrazende automobilisten. Als wij nu ook eens zo iets zouden doen, maar dan zonder de strepen, maar wel met ons logo erop. Die kun je heel goedkoop bestellen bij die relatiegeschenkenfirma’s. Hoe meer je bestelt, hoe goedkoper eigenlijk. 
Zo gezegd zo gedaan. De secretaresse en de penningmeester gingen zich oriënteren en vonden een knap oranje hesje. One size fits all. Het zag er fris en herkenbaar uit. Kun je tenminste zien dat die zoon van Mien waar ze altijd zo hoog over opgeeft, ook niet deugt. En dat je nu eindelijk weet waar buurman die dure auto van rijdt. 
En dat zij volgens de reclassering ook nog wel tot iets anders in staat zijn dan bushokjes vernielen en tasjes roven en de boel oplichten. 
Ze hebben meteen 30.000 van die dingen afgenomen. De jaaromzet, zeg maar.
Ook de politiek vindt het goed. Jeroen Recourt (PvdA) zegt dat mensen best mogen zien dat iemand bestraft wordt. Coskun Cörüz (CDA) vindt anoniem straffen geen effect hebben (pleidooi voor gevangenis als big brotherhouse? Wellicht een ideetje voor noodlijdende Endemol? Copyright Recourt/Cörüz.). Sharon Gesthuizen (SP) zegt heel bezorgd dat zo’n oranje hesje niet te stigmatiserend mag werken. Een beetje mag kennelijk wel, maar te niet. De schat. Zo herkennen we de SP toch weer, principieel als altijd.
Wat is er nu fundamenteel fout? De identiteit van de verdachte is beschermd. Geen foto’s van verdachten op internet of aan de gevel. Je mag mensen niet aan de schandpaal nagelen. De rechter heeft zich net daarover uitgesproken. 
Ook de identiteit van bestraften wordt beschermd. De grondslag van ons strafsysteem is gebaseerd op vergelding, maar ook op resocialisatie en reïntegratie. Dat zijn humane verworvenheden uit de afgelopen eeuwen. Het evenwicht daartussen wordt altijd afgewogen, evenals de mogelijkheid tot reïntegratie. Waar is de Coornhertliga in dezen?  
Vergelding is iets anders dan publieke vernedering. Dat hebben we achter ons gelaten. Maar Recourt voegt als verantwoording voor zijn standpunt toe dat de openbare en herkenbare uitvoering van een taakstraf slecht voor het imago van de bestrafte is. Dat is een chique definitie van vernedering. 
Voor zoiets moet de grondslag van het strafrecht herzien worden.
Als klap op de vuurpijl staat in het artikel in Trouw ook nog dat de reclassering uit proeven in verschillende regio’s constateert dat het publiek enthousiast reageert. Welnu, dat is niet nieuw. Het publiek staat al eeuwen te juichen bij openbare terechtstellingen. Toen rabbi Akiva met stalen kammen werd gevild. Toen Jezus werd vermoord. Toen ketters werden verbrand en heksen verdronken. Toen bestraften op de Dam werden tentoongesteld.  
Het publiek mag in dezen niet maatgevend zijn. Wetgeving wordt democratisch vertegenwoordigend tot stand gebracht, niet door de Volksmeinung geregeld.
Dan zouden we net zo goed, om een aantal vliegen in één klap te vangen, weer kunnen gaan voetballen met de hoofden van publiekelijk geguillotineerde veroordeelden. Daar was het publiek ook zo enthousiast over. 

top

2011 juli 29
Wonen

Op een bepaalde manier was ik nogal geschokt om een aantal mensen te zien bivakkeren in tenten op een chique boulevard. 
Toen ik de reden ervan las werd ik wat bedroefd.
Me afvragend waarom het me verdriet deed, begreep ik dat het te maken heeft met een ideaal dat ik had, en dat doorbroken werd door het zien van die tentjes.
U zult zich wel afvragen wat dit allemaal betekent.
De betreffende boulevard is in Tel Aviv en heet Rothschild Boulevard, Sderot Rothschild. De avenue heeft prachtige huizen en is de meeste elegante plek van Tel Aviv. Een hoop Bauhaus architectuur. 
In de kleine tenten wonen mensen die zich geen huis kunnen permitteren. Ze verblijven daar uit protest tegen de te hoge prijzen van huizen in de stad.
De huizenprijzen zijn niet alleen een economische aangelegenheid, zoals beschikbaarheid en dergelijke, maar ook een zaak van de huisvestingspolitiek van de overheid. Deze stimuleert met premies mensen te gaan wonen in de nieuwe dorpen op de West Bank.

Het schokte me te zien dat de verschillen in Israel zo groot zijn.
Het huidige land, niet de theologische realiteit, maar de staatkundige, is zo’n zestig jaar oud. Het begon met strijd en idealisme zo’n vijftig jaar daarvoor, niet zonder conflicten en tegenstellingen binnen de internationale Joodse gemeenschap.
Vele vrome Joden waren ervan overtuigd dat de aliyah van G-d gegeven moest worden, verbonden met de komst van de Messias. Politieke Joden dachten daar anders over en wilden een echte staat Israel naar communaal model. Dit ideaal bestond, dacht ik, nog steeds toen de staat Israel een internationaal erkend feit werd in 1947. Na de weerzinwekkende gebeurtenissen gedurende de Nazi-periode.
Je zou denken dat solidariteit de leidende waarde zou zijn voor deze staat.
Wat zien we? De etnische en culturele verschillen zijn enorm, dit door de immigratie van Joden uit alle werelddelen. Afstammelingen van pioniers en recente inwoners accepteren elkaar niet per se. Sommige zullen denken dat ze meer recht hebben om in het land te wonen dan anderen. Liberalen en orthodoxen strijden over de juridische en economische invloed van de thora.
Niettemin is en was het ideaal dat het land van Israel het beloofde land is voor heel het nakomelingschap van Jacob om daar te wonen. In deze wereld of de komende wereld.
De belofte is gedaan aan het hele volk. Niet alleen aan sommigen die het kunnen betalen, terwijl anderen dat niet kunnen (alle.. zijn gelijk, maar sommige…. Cf Animal Farm).
Zo zou het niet moeten zijn in een land dat gegrondvest is op zoveel leed, op zo’n eerbiedwaardige belofte en zo’n hoog ideaal.
Misschien moet de Boulevard maar zijn vroegere naam rehov ha’am terug krijgen, de straat van het volk. Om iedereen eraan te herinneren dat het land werkelijk het land is van het hele volk.

top       

2011 juli 27
Haat en segregatie                   

Vandaag gedenken we Titus Brandsma. Hij stierf (werd vermoord) in het concentratiekamp Dachau. Een verschrikkelijke plek. Zelfs nu, na zoveel jaar, kun je de wreedheid en de angst nog voelen.
Titus werd erheen gedeporteerd wegens zijn activiteiten tegen het gevaar van het Nationaal Socialisme. Jaren voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog verzette hij zich krachtig tegen de boodschap van haat en discriminatie, met name tegen de segregatie (sociaal en economisch) en daaropvolgende uitsluiting en isolatie van Joodse mensen. Hij deed dat als journalist en als rector van de Katholieke Universiteit.
Zijn waarschuwingen hebben nog niets aan urgentie en actualiteit verloren.
Radicale politici en extremistische groeperingen scheppen een sfeer van haat en brengen de samenhang in onze samenleving in gevaar. Gestoorde individuen, besmet met de ideologie van een “zuivere natie”, komen tot gewelddadige acties, willekeurig mensen dodend. Radicale groepen, of extreme facties daarvan, leggen bommen bij burgerdoelen, kantoorgebouwen en openbaar vervoer.
En ook al is het geen dagelijkse praktijk in onze eigen persoonlijke wereld, toch gebeurt het dagelijks ergens in onze wereld.
Economische en religieuze verschillen neigen opposities te radicaliseren.
Maakt dat de haat en discriminatie waarmee we te maken hebben, tot een economisch probleem? Of tot een religieus probleem? Of wordt het een gebruikt als excuss voor het ander? 
Bijna overal zien we standpunten radicaliseren. Tegenstellingen worden sterker. De politieke taal is zeer veel explicieter geworden, zelfs verruwd.
Als we werkelijk in vrede willen leven, moeten we echt leren om verschillen te waarderen en elkaar te respecteren.

We hebben mensen nodig zoals Titus Brandsma die ons waarschuwen voor de gevaren van radicalisering.
Helaas waren mensen als Titus schaars in zijn dagen, en zijn ze zeldzaam in de onze.

top   

2011 juli 25
De tranen van de koning

Welsprekender heb ik het verdriet over de gebeurtenissen in Noorwegen niet zien uiten. Op Twitter zag ik allerlei reacties die nogal schreeuwerig waren. Ik heb geaarzeld er iets over te zeggen. Maar gisteren zag ik de tranen van de koning bij een herdenkingsdienst. Geen woorden, maar tranen.
Ik vond het groots en welsprekender dan wat hij met een toespraak, hoe betrokken ook, had kunnen uitdrukken.
Hier geen vorst die beheerst zijn emoties niet toont. De protocollaire distantie bewaart. Maar een koning die huilt om zijn land, zijn volk, bij het besef dat zoiets in zijn land gebeurd is. 
En bovenal zag ik een vader en grootvader die, samen met zijn vrouw, huilt om het verdriet van zoveel andere ouders en grootouders. Om de afgebroken levens van zoveel jonge mensen.
Een waarlijk koninklijke houding. 

top

2011 juli 22
Competitie
                   
Met stijgende bewondering heb ik een paar keer gekeken naar de kookcompetitie voor kinderen (Junior chefs, het komt uit Australië). Ik kan zelf ook wel een beetje koken en vind het leuk om te doen. Maar wat deze kinderen van tien, elf, twaalf jaar presteren vind ik ongelofelijk. De gerechten die zij moeiteloos op tafel brengen en de kennis van ingrediënten en receptuur bestonden op die leeftijd niet eens in mijn fantasie.
Een ananasbavarois was het nec plus ultra van mijn culinaire competentie.

Ook op andere terreinen zie je kinderen hoog presteren. Bij talentenprogramma’s wordt gezongen, gedanst en geacteerd op een niveau dat het schaamrood naar de kaken zou brengen van de artiesten en dansgroepen uit de amusementsprogramma’s van de jaren zeventig.
Het ambitie- en competitieniveau is hoog en daardoor wordt een hoog prestatieniveau gestimuleerd. 
Ik ben vol bewondering.
Maar,… ik heb ook wel vragen. Ik zie wel dat de kinderen er plezier in hebben. Zij vinden het duidelijk leuk om te doen. Zij vinden het fijn om te koken, of te zingen of te dansen, of te sporten. Maar ik zie ook veel stress en ook hooggestemde verwachtingen van de direct betrokkenen, de ouders bijvoorbeeld. Ik weet ook niet of het geestelijk welzijn van de kinderen ermee gediend is.
In andere programma’s zie je mensen die tien, vijftien jaar ouder zijn en die ook geweldig presteren. De concurrentie is groot. Vierduizend personen die vechten om die ene plaats in de spotlights.
Wat doen we elkaar aan.
Dit soort amusement is doortrokken van een mentaliteit die zegt dat je alleen maar meetelt als je de beste bent. 
Dat is echter niet zo. Iedere mens telt. Iedere mens heeft een onvervangbare en unieke waarde. Het is de kunst die uniciteit van elkaar te zien en te waarderen. 
Moet er dan niet gepresteerd worden? Natuurlijk. Van ieder mag gevraagd worden dat hij/zij zijn best doet. Iedere mens is de beste in wat hij of zij is. In de unieke combinatie van kwaliteiten en eigenschappen. Niemand anders kan zijn wat een ander is en daardoor kan ook niemand beter zijn dan een ander. Door dit beste dat we te bieden hebben, moeten we ons laten leiden. Dat hebben we in te brengen in het weefsel van mensen. En het is onze verantwoordelijkheid om dat ook in te brengen. Dit waardeert de uniciteit van iedere mens. 
Competitie is feitelijk een verkapt soort gelijkheidsdenken, dat mensen tegenover elkaar plaatst. De waardering voor ieders unieke persoon is echter een ongelijkheidsdenken dat mensen naast elkaar plaatst en de gelijkwaardigheid in de verhouding tussen mensen bevordert.

top 
     
2011 juli 21
Kennis van nu

Ik weet natuurlijk niet hoe het u vergaat, maar ik begin me de laatste tijd behoorlijk te ergeren aan de uitdrukking “met de kennis van nu”.
Waarom? De uitdrukking wordt in toenemende mate gebruikt als een vlagbegrip. Het betekent eigenlijk niets meer. Maar het doet een beroep op het begrip van mensen. Het is verwant aan de uitdrukking: “Als ik toen wist wat ik nu weet”, ja ..dan”. We zijn immers allemaal met schade en schande wijzer geworden. Misschien zouden we bepaalde dingen niet hebben gedaan, maar dat betekent niet dat we niet wisten wat we deden. En we hebben erdoor op de blaren gezeten, dat wil zeggen de consequenties ervan ondervonden. 
In het publieke domein moet de uitdrukking de lading van incompetentie dekken. Het wordt gebruikt door mensen die best wel weten dat ze fout zaten, maar het niet durven erkennen. En die proberen de consequenties te ontlopen.
Vandaag kwam ik het weer tegen bij twee artikelen op twee tegenover elkaar liggende pagina’s in Trouw, op bladzijde 4 en 5.
Meneer Cameron beweert dat hij met de kennis van nu niet zo gezellig met meneer Murdoch was omgaan. Al die gezellige diners en invitaties voor verblijven in leuke villa’s niet zou hebben aangenomen. Hij was zich destijds natuurlijk totaal niet bewust van de wijze waarop meneer Murdoch aan zijn vele talenten was gekomen. 
Op de andere pagina zegt een voorlichter van het Openbaar Ministerie in Haarlem dat met de kennis van nu men anders was omgegaan met de gewelddadige brandstichter die men heeft laten lopen. Dezelfde die nu in Middelburg bijna op heterdaad betrapt is bij de moord op zijn ex-schoonouders. De moderne informatiemiddelen maken het onmogelijk dat Haarlem en Middelburg van elkaar op de hoogte zijn. De woordvoerder voegde eraan toe dat men met de kennis van nu anders met deze verdachte was omgegaan, MAAR… dat betekent niet dat we toen een verkeerde beslissing genomen hebben.
Ik hoor meteen weer het gestuntel van meneer Balkenende, toen hij zich moest verantwoorden over een van onze militaire interventies in het buitenland. Hij zei toen bijna letterlijk hetzelfde.
Met-de-kennis-van-nu wordt een standaarduitdrukking voor mensen die wisten dat ze stom deden, maar nu het uitkomt, zich kunnen beroepen op een kennisachterstand.

Het zet de deur open naar een geheel nieuwe verdediging in het criminele circuit. “ja, met de kennis van nu”, zegt Holleder, “zou ik die liquidatie heel anders hebben aangepakt”. “Met de kennis van nu, zou ik niet dronken achter het stuur zijn gegaan”. “met de kennis van nu, had ik die vrouw niet in elkaar geslagen”. En ga zo maar door.
Ik kan me niet voorstellen dat de mensen die van deze redenering gebruik maken, niet wisten dat hetgeen zij deden niet kosjer was.  

De uitdrukking is dus een verkapt soort: “we hebben het niet geweten”  (“wir haben es….usw”. De laatste hooggeplaatste die dat zei was een kerkelijk prelaat met betrekking tot scheve schaatsen). 
Het is verantwoordelijken onwaardig. Men moet gewoon zeggen: “we hebben een foute inschatting gemaakt, we hebben het fout gedaan”.
Dat biedt de ander ook de gelegenheid om een gebaar te maken. Nu kan men alleen de schouders ophalen.
 
top

2011 juli 20 
Integratie

Gisteren ontving ik wat foto’s van een weiland bij een bos. Temidden van een kudde koeien graasde een hinde. Het was geen toevalstreffer. Deze beesten leefden al een hele tijd bij elkaar. Mijn vriend schreef dat waar de koeien gingen, de hinde ging. Zij graasden samen en lagen samen in het gras te herkauwen. Een zeer idyllische scène. De hinde scheen volledig opgenomen in de kudde. Het gewoonlijk zeer schuwe beest voelde zich duidelijk veilig temidden van haar enorme gezellen.
Het deed me denken aan onze samenleving en hoe we daarin samenwonen. Hetgeen vaak zo problematisch is. Veel mensen beschouwen veel andere mensen als niet echt hier behorend. Zij zijn anders en hadden in hun eigen land moeten blijven. Zich misschien niet hun eigen geschiedenis en afkomst realiserend.
Wanneer kun je zeggen dat je ergens thuishoort en onvervreemdbare rechten kunt ontlenen aan het blote feit dat je ergens woont.
Niettemin is dat precies wat sommige mensen doen. “Ik was hier eerder, dus is het van mij”. Zelfs wanneer het gestolen of toegeëigend is. “Zij stelen ons land, ons geld, onze banen, onze uitkeringen”. 
In het vreedzaam samenleven van die dieren, schijnt deze redenering helemaal niet aan de orde. Zij delen het gras, de beschutting en zelfs een verwijderd soort affectie.
Waarom hebben wij zoveel moeite om te delen? Te delen wat we hebben ontvangen. We kunnen ons geen eigenaren van het land noemen. Het land is geschonken. De aarde is gegeven om allen ten goede te komen die haar bewonen.
We zouden ons niet als wolven ten opzichte van elkaar moeten gedragen. We beweren te verlangen naar vrede, maar kunnen we de vrede bewaren in onze eigen kleine kring? Daarmee bedoel ik niet alleen maar niet gewelddadig zijn. Een vreedzaam mens zijn betekent zoveel meer.
Het houdt in dat je een vriendelijke houding hebt ten opzichte van in principe iedereen. Het houdt in niet kwaad spreken of neerbuigend doen. Het betekent iedere mens met respect bejegenen. En ook een innerlijke houding van respect, jezelf niet hoger of beter achtend dan je medemens. 
In zo’n wereld gebruikt de machtige zijn kracht niet om de zwakkere te vermorzelen, maar om te beschermen en daarvoor een zekere affectie te ontvangen die hem tot een beter mens maakt.
Ik schreef mijn vriend dat het jammer was dat deze scène geen plek had gekregen in Jesaja waar hij spreekt over de tijd van de Messias. Het moment waarop onze wereld het aanschijn heeft zoals het bedoeld is.
Het is een visioen van vrede, waarin natuurlijke vijanden bij elkaar liggen zonder vrees of vijandigheid. 
In Jesaja 11: de wolf bij het lam, het luipaard bij het kind, het kalf bij de leeuw. 
We lezen het elk jaar rond kerstmis en elk jaar zeggen we tegen elkaar hoe mooi het is en hoe fantastisch het zou zijn als het waar was. Alsof het iets is dat zich buiten ons om afspeelt.
Maar we vergeten dat de Messiaanse tijd niet een hoog gegrepen ideaal of een ver verwijderde realiteit is. Het is hier en nu, wanneer we het maar willen. We hoeven het maar te doen. 

top  

2011 juni 30
Innerlijk luisteren

Gisteren las ik in The Light and Fire of the Baal Shem Tov een klein verhaal. Ik geef het u hieronder.
“Wanneer de Baal Shem Tov naar een muzikant luisterde leek het alsof het instrument een voor hem bekende taal sprak. Hij kon in de muziek alles horen wat de musicus in zijn leven had gedaan. Eens luisterde hij naar een violist en begreep door diens muziek alle overtredingen en zonden die de violist had begaan vanaf de dag van zijn geboorte. Maar de Besht luisterde op de wijze van “de zonde opmerken, maar er niet bij blijven hangen”.
Zoals hij deze dingen kon horen in muziek, zoveel te meer in een lied.
Toen hij een keer met zijn leerlingen op straat liep, kwamen zij een dronken man tegen die luid stond te zingen. De Besht stopte en bleef aandachtig luisteren naar het lied tot de man ophield.
Nadien vroegen zijn leerlingen hem wat hij zo interessant vond aan het lied van een dronkeman. Hij antwoordde:”wanneer iemand zingt, biecht hij zijn hele leven op. En wanneer iemand biecht, ben je verplicht te luisteren”.”

Ik vind het een mooi verhaal over de kwaliteit van luisteren. Je kunt op verschillende manieren luisteren. En afhankelijk van de manier van luisteren hoor je verschillende dingen. De leerlingen hoorden wel het lied, maar niet wat erin tot uitdrukking werd gebracht. De Besht luisterde dieper en begreep het levensverhaal van de man in kwestie, zijn mislukkingen en zijn pijn. Hij luisterde naar het lied en hoorde erin waar de man over de schreef was gegaan, zijn overtredingen, maar ook waarom hij ertoe was gekomen, diens levensverhaal. Vandaar dat er staat dat hij de zonde opmerkt, maar er niet bij blijft hangen. Hij ziet en beluistert ook de oorzaak.
Dit vraagt een diepte van luisteren waar we meestal niet aan toe komen.
Ik denk dat een hoop meningsverschillen, conflicten en ruzies escaleren, omdat we wel reageren op de woorden die gesproken worden, maar niet de pijn en het verdriet horen die erachter schuil gaan.
Veel misverstanden ontstaan doordat we niet inluisteren in de ander, maar alleen onze eigen gedachten en associaties horen.
Door aandachtig en innerlijk stil te luisteren kunnen we horen wie iemand is en wat hem bezighoudt.
Er wordt wel gezegd dat een ware gerechtige in zijn eigen hart de pijn en het verdriet van de wereld kan beluisteren.
Het mooie van het verhaal is dat er geluisterd wordt zonder vooroordeel en vooringenomenheid. Alleen zo kan de ander zich openbaren als wie hij is. 
Er is geen aanzien des persoons; er wordt even goed geluisterd naar de violist als naar de dronkeman. Dit getuigt van een absoluut respect voor iedere mens, hoe gebroken en mislukt deze ook is. 
Ten slotte treft me het mededogen waarmee wordt geluisterd. Niet meteen met een oordeel klaar staan, maar eerst luisteren naar het geheel van de omstandigheden. Niet meteen ingaan op wat er niet deugt, maar doorluisteren. 
In het levensverhaal van iedere mens zijn er momenten en gebeurtenissen die aanleiding kunnen zijn om niet te beantwoorden aan wie we kunnen en mogen zijn. Iemand daarop beoordelen, pint iemand erop vast. De overtreding wordt een gevangenis waaruit hij zich niet kan bevrijden.
Het onbevooroordeeld en met compassie luisteren stelt iemand in staat om op verhaal te komen. Het tot verhaal komen, een verhaal dat ontvangen wordt door een medemens, die daarmee een naaste is, werkt bevrijdend en helend.
Daarom moeten we stilstaan bij elkaar en luisteren wanneer iemand ons iets wil vertellen. 

top      

2011 juni 25
vergeet-mij-nietjes

Het is een opmerkelijk gegeven dat eenvoudige dingen ons iets kunnen leren over onze verantwoordelijkheden.
Dit weekend werkte ik in de tuin om wat van de overvloedig aangegroeide Vergeet-mij-nietjes te verwijderen. Dat gaat heel makkelijk, want zij wortelen zeer oppervlakkig. Dat deed me nadenken over vergeten.
Het is verbazingwekkend hoe snel we sommige dingen en mensen vergeten, en hoe diep geworteld andere herinneringen zijn, gewoonlijk hebben die dan te maken met ons eigen leven.
Dit kleine plantje draagt een tegenspraak in zich. Het roept op tot herinnering, maar het is zelf oppervlakkig in de bodem verankerd.
Het herinnerde me eraan hoe gemakkelijk we het lot vergeten van de talloze medemensen die in abominabele omstandigheden leven. Het is moeilijk om de feitelijke omvang hiervan voor te stellen.
Een aanzienlijk deel, miljarden, van onze wereldbevolking leeft in krotten, hutten, tenten, vluchtelingenkampen, op de straat. In sommige landen, ook de economische snelgroeiers, bezit tien procent van de bevolking negentig procent van de welvaart. Goedkope producten uit China worden onder erbarmelijke omstandigheden geproduceerd. Moderne slavernij in werkplaatsen en fabrieken is geen uitzondering in onze “moderne” wereld. De honger naar grondstoffen zorgt ervoor dat arme landen uitverkoop houden, alleen maar om de zakken van enkelen te vullen. Wereldwijd worden miljoenen kinderen misbruikt als seksslaven, productieslaven, kindsoldaten, levende bommen, of leven grondig in de steek gelaten en verwaarloosd in hun eentje of in troepen op de straten van onze metropolen als bedelaars, verstoken van onderwijs en perspectief.
Armoede en sociale ongerechtigheid spelen zich af onder onze neus en we sluiten de ogen. Niet alleen in de westerse wereld, maar ook in de arme landen zelf. En hoewel  deze sociale misstanden uitgebreid in het nieuws komen, zijn we in staat om en aan voorbij te leven in een soort “zalige onwetendheid”.
Dat begrijp ik heel goed, want op een bepaalde manier doe ik dat zelf ook. Het is een erg ongemakkelijke waarheid om mee te leven en geeft ons gevoelens van schuld en machteloosheid.
Niettemin zal er geen vrede op deze aarde zijn zolang mensen op deze manier lijden. Niet zolang er zoveel onrecht is. Vrede en gerechtigheid horen bij elkaar.
De psalmist zegt (psalm 85, 11) Gerechtigheid en vrede omhelzen elkaar. En in vers 14 Gerechtigheid gaat voor Hem uit om zijn pad te banen. Dit betekent dat de Messias komt wanneer gerechtigheid wordt gedaan, het Koninkrijk van vrede is e vrucht van gerechtigheid.
Plotseling kwam er een zin bij me op. Ik las hem jaren geleden in de tijd dat dichtkunst ook maatschappelijk geëngageerd was. Ik zou niet weten wie de auteur is. We mogen onze ogen niet sluiten voor wat iedere letter-seconde wordt geleden tussen cement en vodden. 
We zouden kunnen beginnen met UNICEF en Warchild te steunen.
 
top

2011 juni 22
Nacht van de theologie    

Het was ongetwijfeld een leuk feestje. Een prachtige ambiance, de Hermitage aan de Amstel. En iedereen was er natuurlijk. Een beetje rijp en groen door elkaar had ik de indruk, maar dat maakt het wel kleurrijk. En in de tuin een alternatief feestje voor wie zich wilde verzetten tegen de gevestigde theologie. The salon coming out van de theologie riep bij de jonge theologen reminiscenties op aan establishment waartegen men zich dient te verzetten. Zij roosterden een, ongetwijfeld alternatief scharrel-, varken (geen lam gelukkig) en hadden zo hun eigen “nacht van het zwijntje”.
De jonge theologen vonden dat de ouderen een soort incrowd feestje hadden. Zij zijn van mening dat de theologie zich moet begeven in het publieke debat en zich moet laten bevragen (ik tikte per ongeluk begraven). Zij moet zich uiteenzetten met andere disciplines in de samenleving. Daarom hadden zij onder elkaar een eigen feestje om dat duidelijk te maken.
Zij bevestigden elkaar in de opvatting dat de theologie de spreekbuis moet zijn van de op evangelische normen gebaseerde contrastgemeenschap. De theologie als kritiese (dit is geen tikfout) instantie in de samenleving.
Volgens mij zeiden de theologen die binnen stonden dat veertig jaar geleden ook.
Maar het is gemakkelijk om wat badinerend kritiek te leveren. Hoe denk ik er zelf over?

Ik vind dat de jongeren nog steeds gelijk hebben. Dat hadden ze toen en hebben zij nu nog. Dat zij nog steeds gelijk hebben zegt wel iets over de mobiliteit van de (westerse) theologie. Een groot deel van de theologie is in zichzelf opgesloten. Maar dat deelt zij met andere vormen van wetenschap. Het wetenschappelijk discours is voor vakgenoten. Maar doordat het vakgebied van de theologie de reflectie op de relatie tussen G-d en mens omvat, de theologische antropologie en de ethiek, heeft zij iets in te brengen in het maatschappelijk debat. Naar mijn smaak iets waardevols. Die verantwoordelijkheid moet de theologie naar mijn idee niet uit de weg gaan. 
Een wat schaamtevol beroep op de scheiding van kerk en staat om zich niet te mengen in de politiek of het maatschappelijk debat, is helemaal niet van toepassing. De theologie is niet per se de spreekbuis van de kerk (welke kerk dan ook). Zij moet dat ook niet zijn. Theologie is geen legitimering voor de kerk.

Waar de jongeren wat minder gelijk in hebben is de conclusie die zij verbinden aan de marginalisering van de kerk. Zij overschatten het evangelische gehalte van de kleine rest, wanneer zij zeggen dat de theologie voeding moet geven aan die kerk als kleine recalcitrante contrastgemeenschap binnen de samenleving. Dat is een te elitaire gedachte. Het past wel bij de sektarische en idealistische oorsprong van het christendom, maar niet bij zijn geschiedenis.
Als gevestigde godsdienst kan het christendom niet louter een tegenbeweging zijn. Ook niet het gelijk van een kleine minderheid representeren. 
Vanuit zijn inspiraties dient het zich uiteen te zetten met de breedte van de samenleving. Om die te doorgeesten. Een boodschap voor armen en rijken, voor rechtvaardigen en onrechtvaardigen, voor zoekers en gelovigen.
De theologie kan daarbij behulpzaam zijn om de reflecties en het instrumentarium te voorzien. 

top  
  
2011 juni 18 
CDA

In Trouw werd de vraag gesteld of het CDA nog bestaansrecht heeft. De lezers werden uitgenodigd op deze vraag te reageren. Aangezien dat maar in 150 woorden mag, doe ik het in mijn blog.
Na de grote verkiezingsnederlaag, en de daarop volgende gênante vertoning van meneer Balkenende, schreef ik in een column dat ik de nederlaag van het CDA volkomen terecht en verdiend vond. De partij hinkt immers op twee gedachten en ziet geen kans deze op een geloofwaardige en betrouwbare wijze te integreren. Voorts lijkt het erop dat er binnen het CDA ook twee stromingen zijn die zich moeilijk laten verenigen. Ik noem in dit verband alleen maar even twee “dissidente” leden Ab Klink en Hannie van Leeuwen. 
Beide laatstgenoemden lijken me veel dichter bij het gedachtegoed van het CDA te staan dan meneer Verhagen.
Hoe het ook zij. Het CDA heeft gekozen om zo lang mogelijk in het pluche te blijven zitten. Men noemt dat natuurlijk op een veel salonfähiger manier regeringsverantwoordelijkheid nemen.
Het CDA lijdt aan een denkfout en het blijkt haar ondergang.
De houding van de partij komt voort uit pragmatisme en ideologie. Die twee staan met elkaar in spanning. Het pragmatisme brengt de top ertoe om veel te veel water in de wijn van haar beginselen te doen, zodat er iets overblijft dat de naam wijn niet mag dragen, maar ook geen zuiver helder water meer is. Wie wil zoiets nou drinken!
De partij gedraagt zich hoerig naar het electoraat en verliest daarmee een belangrijk deel van haar achterban.
De fundamentele denkfout die daaraan ten grondslag ligt is de gedachte dat het om de partij gaat. En dat is niet waar. 
Een partij vertegenwoordigt een deel van het electoraat dat de samenleving op een bepaalde wijze wil ordenen. De kamerleden en regeringsfunctionarissen vertegenwoordigen deze groep. De communicatie tussen partijtop, leden en achterban luistert nauw, aangezien de partij neigt voor de troepen uit te lopen.
De ordening van de samenleving geschiedt, voor de leden van het CDA, niet ad hoc, maar langs lijnen die op waarden en uitgangspunten gestoeld zijn. Het CDA is in de eerste plaats een beginselpartij. De leden vragen dat de vertegenwoordigers trouw zijn aan de uitgangspunten en deze herkenbaar binnen de kaders van het politieke bedrijf vorm geven.
Dat lukt kennelijk niet. Daarmee verliest het CDA haar bestaansgrond. 

top  

2011 juni 13
Pinksteren  

Bij gelegenheid van Pinksteren wil ik graag wat gedachten met je delen. 
Anders dan Kerstmis en Pasen, gaat het bij Pinksteren echt om ons. Natuurlijk gaat het bij alledrie de feesten om de relatie tussen G-d en ons in Jezus Christus. Maar Pinksteren is een gave direct aan ons en in ons werkzaam.
De geboorte en opstanding betreffen in de eerste plaats Jezus, ook al hebben zij (uiteraard) een theologische betekenis voor ons. Zij vertellen ons iets wezenlijks over het doel en de oorsprong van ons menselijk leven.
Mar de gave van de heilige Geest betreft in de eerste plaats ons. Het geeft kracht en richting aan onze handelingen. Het stelt ons in staat te werken zoals we zouden moeten.
Niet Jezus Christus is het “object” van Pinksteren, maar wij zijn dat. Daarom zeggen we ook dat Pinksteren het feest van de kerk is, het feest dat de kerk en haar zending constitueert.
We lezen het gedeelte van het Evangelie volgens Johannes (Johannes hoofdstuk 20, verzen 19-23) waarin Jezus zijn geest, zijn levenskracht en inspiratie, schenkt door over de hoofden van zijn leerlingen te blazen. Tegelijk delegeert Hij zijn zending aan hen. 
Het karakter van die zending is er een van verzoening. Een zending die ook geweldig actueel is in onze dagen voor ieder die een leerling wil zijn, of een mens van goede wil.
Onze wereld heeft wanhopig veel behoefte aan verzoening op elk mogelijk niveau.
De goede geest kan ons helpen die taak te vervullen.
een andere tekst die we op Pinksteren lezen is uit de Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 2, verzen 1-12). Wind en vuur, allebei aspecten van de werking van de geest, zetten de apostelen, in een huis bijeen, in beweging. Zij beginnen te spreken in tongen en ieder die aanwezig is, verstaat hen in zijn eigen taal. De aanwezigen die genoemd worden, vertegenwoordigen de toen bekende volkeren.
De geest werkt dus ook in hen. Hij werkt in de apostelen, zodat zij verstaanbaar kunnen spreken, en hij werkt in de volken, zodat zij kunnen begrijpen.
Op de vijftigste dag worden de tongen van de apostelen losgemaakt om te spreken. Op de vijftigste dag wordt de geest van de volken bevrijd om te begrijpen.
Vijftig is een belangrijk getal. Het refereert aan het jubeljaar, het vijftigste jaar waarin alle banden en contracten worden losgemaakt en schulden vergeven. Het is de voorafschaduwing en voorbode van de Messiaanse tijd.
De geest maakt vrij. Hij bevrijdt allen die de boodschap van verzoening begrijpen, van schuld en zonde, van vreemde overheersing, van zelfgekozen beperkingen en oordelen  die iemand verhinderen om te zijn wie hij is of zou kunnen zijn. 
De geest maakt vrij om lief te hebben en de ontvangen talenten te gebruiken om de komst van de Messiaanse tijd voor te bereiden. En daarmee van het rijk van vrede, gerechtigheid en vrijheid voor allen.  

top    

2011 juni 10
niet leuk

Naarmate de bezuinigingsmaatregelen van onze gedoogregering concretere vormen aannemen, wordt een aantal discussies minder leuk. De volgehouden jeugdige, optimistische, vertrouwvolle, guitige en bij tijd en wijle ernstig gespeelde serieuze houding van onze MP Rutte stuit me steeds vaker tegen de borst. De oppositie van Job kan daar weinig aan verhelpen.
Daarbij verontrust me de maatschappelijke discussie over de zorg en de oudedagsvoorzieningen. 
Wat het zo moeilijk te verteren maakt is dat het voor een groot deel ontwikkelingen betreft waarvoor al heel wat jaren geleden een prognose gemaakt had kunnen worden. Maar dat is gemakkelijk om te zeggen en niet te bewijzen dat het toen ook al gezegd is.
Moeilijker is het te aanvaarden dat omwille van de centen zonder fundamentele discussie principes worden losgelaten. Dat op een of andere manier generaties tegen elkaar worden uitgespeeld, of zich laten uitspelen.
De baby boomers (de vroege en de late) krijgen de zwarte piet toegespeeld. Dat lijkt me tekort te doen aan een hele generatie.
De regering laat deze discussie toe. De oude dag en de zorg kosten steeds meer. Het deel van bevolking dat daar het meest gebruik van maakt is alweer…juist. 
De oplossing die de regering kiest schuift haar verantwoordelijkheid af naar anderen. 
Namelijk de grotere eigen bijdrage van de zorgafnemers en de grotere bijdrage van de aanstaande afnemers van de oudedagsvoorziening door langer te werken (geen probleem voor velen die dat al graag doen), bevriezing van pensioen en belastingmaatregelen.
Voorts neemt de regering graag het woord marktwerking in de mond. Marktwerking lijkt het panacee voor al onze maatschappelijke, moeilijk te betalen, of op te lossen  problemen. De maatschappij als markt (met een knipoog naar Houellebec).
Dit terwijl de markt als (zelf)regulerend mechanisme juist zijn echec heeft geleden. 
Vóór de wereldwijde economische crisis ging men er immers van uit dat de markt zich zelf zou reguleren. Dat de markt een organisch dynamisch gegeven is met een zekere ethiek. Dat is niet zo. Markt is veeleer een potentieel voor gebruikers, zelfs voor misbruikers.
Kostbare verworvenheden overlaten aan de markt lijkt me niet verstandig.
De (schijnbare) klakkeloosheid waarmee dat gebeurt en waarin bijna iedereen elkaar napraat, verbaast me.
Er zal zeker iets moeten gebeuren, zoals dat heet.
Als de samenleving zoals we die na de tweede wereldoorlog hebben opgebouwd, niet meer haalbaar en betaalbaar is, moeten we nadenken over een nieuw paradigma. 
Belangrijke waarden als zorg, verantwoordelijkheid, solidariteit, veiligheid en samenhang moeten opnieuw worden getoetst en gevalideerd. Vervolgens geborgd in een nieuw samenlevingmodel. 
Ik hoor echter alleen de kreten onbetaalbaar en marktwerking. Dat zijn geen kwaliteiten waarmee je een samenleving opbouwt. 
Alle quasi overtuigend geblaat ten spijt. 

top

2011 juni 9
Hedwige polder

Op dit moment ben ik omringd door polders in het Zeeuwse land. De eilanden van Zeeland en ook het “vaste land” van Zeeuws Vlaanderen zijn in de loop van de eeuwen gegroeid, aangegroeid, afgekalfd, en ingepolderd. Het land is voortdurend in ontwikkeling. Door de deltawerken zijn ook weer nieuwe natuurgebieden, strand- en duingebieden, recreatiegebieden ontstaan.

Zelfs midden in polders groeit nieuwe natuur door de aanleg van natte gebieden waar vogels en vegetatie dankbaar gebruik van maken.
Zeeland is een prachtig deltagebied waar juist het samenspel van land en water zorgt voor de aantrekkelijkheid van het gebied. Het is geen natuurlijk, maar een beheerd gebied.
Vanzelfsprekend is het niet zonder dreiging en daarom is er terechte zorg voor veiligheid. Maar er is ook zorg voor economische ontwikkeling, want een van mensen verstoken leeggelopen droog land is ook niet aantrekkelijk. Noch een land vol weekendbewoners.
Men moet compromissen sluiten.
De Hedwige polder vormt een onderdeel van dit compromis. Schermen met de strijd die geleverd is om het land te verkrijgen is overdreven. Land wordt aangelegd en verdwijnt, of wordt weer gewonnen. 
De last en de pijn van historische gebeurtenissen ebben weg. Wanneer men in één van de meest bedreigde gebieden van destijds in juni (sic!) een watervloedfestival, met optredens van populaire liedjeszangers organiseert, lijkt me dat moment aangebroken.

top    

2011 juni 04
Syracuse, Sicilië

Onlangs kwam de plek in Syracuse ter sprake die we enige tijd geleden bezochten. 
Syracuse is een heel oude christelijke plek. Ik bedoel te zeggen dat men beweert de eerste christelijke gemeenschap na Antiochië te zijn. 
Het is in ieder geval een indrukwekkende plek.
Niet alleen door de archeologische vindplaatsen en dito museum, het op een wonder gebaseerde heiligdom van Maria van de tranen, of de oude stad met haar charmante straatjes en restanten van tempels.
Op mij maakten de catacomben van San Giovanni in de directe omgeving van het heiligdom de meeste indruk.
Onder de ruïneuze overblijfselen van een kerk bevonden zich deze begraafplaatsen daterend uit de periode van het vroege christendom. In de crypte die daarbij hoorde was een kapel met een zeer oud altaar. Restanten van freschi boven de pilaren.
De overlevering wil dat Sint Paulus deze gemeenschap bezocht op weg naar Rome in het jaar 61. En dat hij en de oudsten en de leden van de toenmalige gemeenschap aan dit altaar de mysteriën van hun nieuwe geloof hebben gevierd.
In de stilte van die eerbiedwaardige plek, de beheerders lieten me er alleen, heb ik gebeden. En ik werd gegrepen door het wonder van de verspreiding van het vroege christendom.
Het was letterlijk een ontzagwekkende plek. Het verbond me met eeuwen en generaties van christengelovigen. 
Daar te staan waar Paulus stond. Te raken aan de historische werkelijkheid, er tastbaar mee verbonden.
Hetzelfde gevoel van aangeraakt te worden door het verleden had ik in Rome in de kerk die gebouwd is over een villa waar Paulus te gast was. 
En ook, nog veel meer, in de scavi onder de sint Pieter. Daar, zo’n twintig meter onder het Bernini altaar, liggen in een klein kistje de overblijfselen van sint Petrus. In deze laat heidense en vroeg christelijke necropolis ver beneden de huidige sint Pieter is Petrus herbegraven. In de tweede eeuw werd er een heiligdom overheen geplaatst, een volgende een eeuw later. Over dit heiligdom werd de eerste Petruskerk gebouwd. De huidige sint Pieter is de derde die bovenop de tweede en de eerste is gebouwd.
Ik was ontroerd om daar te staan bij de resten van sint Petrus. Zij zijn waarschijnlijk behoorlijk authentiek, aangezien de verering van sint Petrus dateert van de eerste dagen van het romeinse christendom.
Er zijn natuurlijk nog oudere, aan het christendom gerelateerde plaatsen te bezoeken. In Asia Minor, in Israel. Plaatsen die door de traditie worden aangemerkt als de voetstappen van Jezus.
Maar die zal ik niet bezoeken. Jaren geleden heb ik besloten dat niet te doen. Ik blijf in een soort van ballingschap. Tot er vrede is in eretz Yisroeel, het land Israël.
Ik heb zomaar het idee dat, wanneer daar vrede is, het overal vrede zal zijn.  

                                                                                                                                       top
2011 juni 03
Licht

Vandaag las ik een bijzonder verhaaltje over de Baal Shem Tov.
Een ongeruste vader, een misnaggid die zeer tegen de baal shem gekant was, gaat met de nodige aarzelingen op vrijdagmiddag naar de Besht voor advies. Zijn zoon is al veel te lang op een zakenreis en hij en zijn vrouw vrezen voor zijn leven.
De Baal Shem Tov hoort de vraag van de vader aan, loopt naar zijn boekenkast en haalt er een exemplaar van de Zohar (het boek van licht) uit en leest in stilte een passage. Dan zegt hij: “Je zoon is in de buurt, net voor sjabbat zal hij in een naburig dorp zijn”.
De vader stuurt zijn gojse bediende naar het betreffende dorp om zijn zoon te zoeken, maar hij vindt hem niet (uiteraard niet, zou ik zeggen).
De vader wordt gesterkt in zijn ongeloof met betrekking tot de kwaliteiten van de Besht. Maar de dag na sjabbat komt de zoon thuis en vertelt zijn ouders over de tegenslag die hij heeft gehad en hoe hij net voor zonsondergang in het dorpje arriveerde en daar was gebleven om de heilige dag te vieren.
De vader gaat naar de Baal Shem en biedt hem zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat hij diens persoon in twijfel heeft getrokken. En hij vraagt hoe hij het wist.
Het volgende nu is moeilijk te begrijpen, zelfs voor de vader in kwestie.
Licht is overal en openbaart alles. Het licht dat in het begin werd geschapen, is verborgen in alles en iedereen. Het licht is in de schepping uitgezaaid voor de rechtvaardige (zie psalm 97 vers 11). Opdat hij zou zien wat is.
Het licht van de zoon was verborgen voor de vader. Zijn oog was donker, verduisterd. Maar niet voor de Besht. Hij zag zoals de Eeuwige Vader ziet, voor wie alle verborgen lichtdelen van waarde zijn. Tenslotte vormen zij het eeuwige licht. Zij behoren tot de essentie van G-d zelf. 
De rechtvaardige ziet dit licht en de lichten en weet hoezeer zij verlangen thuis te komen. Dat wil zeggen verenigd te worden met de bron van licht. Op dezelfde wijze als de Eeuwige ernaar verlangt de verspreide lichtdelen tot een geheel, in zich, te verenigen. 
Dat is de reden dat we nooit bang hoeven te zijn geheel en al verloren te raken. De structuur van wederzijds verlangen die in de schepping verborgen is, verhindert dat.
Voor meer informatie over de Besht zie de site van de organisatie: baalshemtov.org 
                                                                   
                                                                                                                                                     top                             

2011 juni 02  
Even weg

Misschien heb je het gezien op twitter dat ik even uit de running ben geweest. Een weekje uit de cloud in de wolken van zeeland. Zeer genoten van Schouwen-Duiveland. Prachtige hoge en weidse luchten boven een open landschap met lage horizon. Je kunt ver kijken op het eiland en de lucht is er fris en schoon. Geen lawaai van verkeer en treinen. Het water grijs en grillig of groen naar gelang het weer. Verstilde dorpjes (nog wel). In de “grotere” plaatsen aan de duinen fietsende senioren voor de stroom van vakantievierende jongelui uit. Maar inlands heerst de rust ook dan. De kerken en kerkjes staan centraal in de dorpen en bepalen de skyline. Mooie verse producten van land en van water en heerlijke plekken om te eten. 
Maar nu is het weer tijd de draad op te pakken. Bij mijn columns vind je een bijdrage over hemelvaart en je ziet een nieuw opstekertje op de home pagina.
                                                                                                                                                         top

2011 mei 20
religie
            
In de aanloop tot de nacht van de theologie verschijnen veel berichten over het belang van theologie en over religie, al of niet met godsdienst.
Deze week schreef Alja Tollefsen dat de theologie zich niet overal mee moet bemoeien en zich niet over ieder onderwerp moest uitlaten. Zij betrok dit ook op het politiek bedrijf.
Ik denk dat ik het niet met haar eens ben.
De theologie moet zich niet uitlaten over kennisinhoudelijke aspecten van andere wetenschapsbeoefening. 
Theologie heeft geen geldigheid binnen het wetenschapsbedrijf van de kosmologie. Tegelijk kijkt de theologie op bepaalde wijze naar de kosmos, die zij schepping noemt.
De theologie kijkt op een eigen wijze naar de verschijnselen en naar het menselijk bedrijf. Vanuit die blik heeft zij ook recht van spreken. En ik voeg eraan toe: plicht tot spreken.

Een taak van de theologie lijkt me te zijn de menselijke werkelijkheid op eigen wijze te definiëren en haar te bezien in het perspectief van de gelovige verwachting. Met name de religieuze hoop en het verlangen naar heelheid.
De natuurwetenschappen houden zich op neutrale wijze bezig met hoe de onderzochte werkelijkheid is, is geweest en zal zijn. Natuurlijk is ook de blik van die wetenschap vooringenomen, temeer wanneer er een verlangen wordt gekoppeld aan de onderzochte werkelijkheid. Bijvoorbeeld om een verschijnsel te genezen, of economisch aan te wenden. 
De vooringenomenheid van de theologie bestaat erin dat zij de werkelijkheid beziet binnen de relatie van God en mens. Die relatie gaat aan de menselijke werkelijkheid vooraf en is er het perspectief van. Het zegt iets over de doelaspecten van onze werkelijkheid en over de ethiek ervan. Belangrijke dingen zou ik zeggen. 
De theologie voegt aan het kijken naar het menselijk bedrijf iets toe wat andere wetenschappen niet kunnen en niet mogen.
Daarmee heeft de theologie ook een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid die zij niet uit de weg mag gaan. 
Naar mijn smaak zijn religie en geloof niet beperkt tot louter de private levenssfeer. Levensoriëntaties van mensen spelen een rol in wat zij doen, bewust of minder bewust. In de manier waarop een manager met zijn bedrijf omgaat, collega’s met elkaar. Politici met de materie op de agenda.
Theologie helpt om die levensoriëntaties inzichtelijk te maken, te verhelderen en te doordenken.
Daarnaast kan zij ook helpen menselijke ervaringen te duiden en een onderscheid te maken in ervaringen die aan de menselijke ervaringsmogelijkheden ontspruiten en de religieuze ervaring ( dit voor professor Meerten ter Borg!).
Gezien de frequentie van berichten met betrekking tot geloof en religie, zou de theologie een grotere plek op het maatschappelijk podium kunnen innemen.
Waarom zouden we niet naast een dichter en een filosoof des vaderlands (waar ik iets te weinig van hoor overigens), ook niet een theoloog des vaderlands kunnen hebben.

                                                                                                                                                                 top

2011 mei 19
Blame it on the Bossa Nova  
  
Seksueel misbruik veroorzaakt door het liberalisme van de jaren zestig? Mijn neus!
Een Amerikaanse studie van vijf (sic!) jaar wijst uit dat de belangrijkste oorzaak van het seksueel misbruik door rooms katholieke priesters de seksuele revolutie is. (bron Reuter, NRC) Natuurlijk weet ik niet of mijn lezers zich de jaren zestig herinneren. De tijd van de zogenoemde love generation. Van flower power. Van seksuele revolutie en bevrijding. Van nieuwe sociale idealen. Provocaties. Demonstraties tegen de oorlog in Vietnam. De dageraad van het tijdperk van Aquarius.
Wel. In 1963 kwam Eydie Gormé met een pop-rock-Latijns-Amerikaans nummer getiteld Blame it on the Bossa Nova. De dans en muziek van de liefde. Ik kan me de tekst niet meer precies herinneren, maar, even kortweg, verliefd worden lag aan de Bossa Nova. 
In een meer bijbelse taal zou ik zeggen: geef de schuld aan de slang, of aan de vrouw.
Het is allemaal het uit de weg gaan van verantwoordelijkheid.
Het is alsof DSK zou zeggen: het kamermeisje zag er zo verleidelijk uit, zij dwong me het te doen (op voorwaarde dat hij schuldig bevonden wordt natuurlijk)
Enige overwegingen:
Ongeveer 16000 mensen hebben in de USA een klacht gedeponeerd. Gewoonlijk is dat slechts een deel van het mogelijke en feitelijke. Niettemin zal de uitkomst van het onderzoek voor de gemiddelde gevallen wel valide zijn. Het misbruik dat resulteerde in suïcide of in ernstige psychische problemen zal mogelijk niet in het onderzoek betrokken zijn. Noch de milde vormen van overschrijdend gedrag die niet worden gerapporteerd.
De commissie werd door de Amerikaanse bisschoppen benoemd. Zij onderzocht de casus van 1950 af. Het is niet waarschijnlijk dat er voor die tijd geen sprake was van misbruik. Bovendien ligt 1950 een aardig stukje voor de seksuele revolutie. Dat de grootste aantallen meldingen dateren uit de periode midden zestig tot midden tachtig heeft waarschijnlijk eerder te maken met de leeftijd van de slachtoffers.
De commissie beweert dat slechts vijf procent van de daders pedofiel was. En dat de meeste overtreders geen voorkeur hadden voor het “object” van hun handelen, maar opportunistisch handelden. Homoseksualiteit noch celibaat wordt aangeduid als directe oorzaak voor het misbruik.
Het rapport lijkt te concluderen dat het om een historisch probleem gaat dat nu getackeld is.
Voorzover ik kan zien lijkt het rapport de kerk enigszins vrij te pleiten. Het zegt tussen de regels door dat onder de mensen die werden toegelaten tot het ambt, geen significant aantal abnormaliteiten voorkwamen. De kerk heeft derhalve niet willens en wetens een risico genomen. Dat is voor de wettelijke aansprakelijkheid natuurlijk niet zonder belang.
Maar dat zegt niets over de voorkeur voor risicogedrag bij deze mensen. 
Niet de seksuele voorkeur van de priester vormt het directe probleem. Het probleem was en is de problematische houding van de kerk tegenover seksualiteit en affectie. Mensen die zich niet hebben ontwikkeld tot evenwichtige en volwassen mensen in seksuele en emotionele zin lopen kans te misbruiken. Of zij nu priester zijn of vader van kinderen. Het risico is des te groter wanneer zij in een min of meer afgesloten omgeving leven waarin affectie en macht in de relaties vermengd raken.
Het rapport zegt dat gedurende de jaren negentig het aantal gevallen belangrijk vermindert. Het concludeert dat het ergste leed geleden is en dat het een historisch probleem betreft, veroorzaakt door situationele factoren en de gelegenheid.
De omgevingsfactoren zijn over de jaren inderdaad belangrijk veranderd. Het veranderde katholieke opvoedingssysteem, de verminderde invloed en macht van de kerk en haar vertegenwoordigers, de emancipatie van mensen (trouwens mede te danken aan de revolutionaire jaren zestig) zullen zeker hun invloed op de cijfers gehad hebben. Bovendien loopt het onderzoek tot 2002 en zijn eventuele slachtoffers nog erg jong, te jong om zich te melden.
Hoe het ook zij, het rapport gaat voorbij aan de intrinsieke factoren die tot het misbruik leidden. Daarom kan het niet zeggen dat het een historisch probleem is. 
Zolang er in de kerk een grote ambiguïteit heerst met betrekking tot de seksuele moraal en priesters deze ambiguïteit meedragen in hun emotionele huishouding, is er een gevaar.
Het is overigens wel rechtvaardig om te zeggen dat misbruik niet het twijfelachtig privilege van de kerk is. Ook in andere vergelijkbare omgevingen en met dezelfde persoonlijke psychische condities bestaat dit gevaar. 

                                                                                                                                                                        top   


2011 mei 17
NDT 1   
    
Min of meer bij toeval zagen we de voorstelling Reconsider van het Nederlands Dans Theater. Het was prachtig. Ik zou zeggen een must voor iedere liefhebber en die er een kan worden. 
Mijn levensgezellin en ik zijn dol op modern ballet en bezoeken met grote regelmaat uitvoeringen van verschillende gezelschappen. Deze avond was voor ons beiden uitzonderlijk. Drie dansstukken met ieder een eigen sfeer. Twee choreografen. Intrigerende muziek.
Jiri Kylian maakte Memoires d’oubliettes op muziek van Dirk Haubrich. Uit de titel gevallen woorden boden een indicatie voor de interpretatie of appreciatie van de dans. Prachtig gedanst. Het stuk van Walerski, Underneath, op muziek van Stostakovich was beklemmend en schitterend van uitvoering. Het maakte ons stil en ontroerd, bijna innerlijk verplaatst. Forgotten land, het tweede stuk van Kylian, bewoog op de sinfonia de requiem van Benjamin Britten. Beeldschone, elegante duetten dansten intrigerend de levensfasen. Een mooi dansersballet.
Het Nederlands Dans Theater is een kostbaar “bezit” van het Nederlands publiek. Het is van grote klasse en internationaal van groot aanzien. NDT II is een kweekvijver van talent. De choreograaf Walerski gaf met zijn ballet een overtuigend bewijs van de kwaliteit die men er opleidt.
Bezuinigingen dreigen het zoveelste slachtoffer te maken. Als het NDT ons iets waard is, moeten we het steunen. Doe dat via de site van NDT. 

                                                                                                                                                                    top 

2011 mei 10
populisme
  
Onder dit kopje schreef Johan ten Hove gisteren in Trouw een kritische kanttekening (pagina 19). Het was naar aanleiding van een artikel over het gevaar van populisme, dat, ook naar mijn smaak, het wezen van de democratische rechtsstaat aantast (Zie mijn blog van gisteren). 
Ten Hove leek het met dat gevaar niet zo eens te zijn. Hij schreef dat wetgeving ook een deel is van het democratisch (volks)proces en dus ook niet onveranderlijk. Ik crediteer hem voor de toevoeging dat dit niet één op één gebeurt (als een volksgericht), maar bemiddeld door de volksvertegenwoordiging.
In dat verband schreef hij: ‘Pedofielen worden nu opgepakt, enkele decennia geleden zat er gewoon een in de Eerste Kamer’. 
Dat vind ik nu een staaltje van populistisch redeneren! Bovendien een die strijdig is met de rechtsstaat.
Geen misverstand: ik begrijp heel goed dat gezien de recente gebeurtenissen pedofilie zeer zeer gevoelig ligt. Ook worden weer opnieuw de gevoelens van ouders en betrokkenen gebruuskeerd met de vervroegde vrijlating van mevrouw Dutroux. Maar er is een groot verschil tussen een pedofiel en een agressieve pedoseksueel.
Juist in een populistische, ik zou haast zeggen “Volksempfindliche”, staat worden mensen veroordeeld om wie ze zijn. In een rechtsstaat worden mensen veroordeeld om wat zij doen of verwijtbaar nalaten te doen. 
De opmerking van Ten Hove, schijnbaar tussen neus en lippen gemaakt, is intrinsiek demagogisch en populistisch. Dat wil zegen, zij appelleert aan de inmiddels zo populair geworden “onderbuikgevoelens”, de niet beredeneerde (voor)oordelen van mensen (al of niet elitair). 
Natuurlijk zou iedereen zich bewust moeten zijn dit soort gevoelens te hebben. Bovendien zou ieder zich dienen te verplichten om na te denken over de invloed die zij uitoefenen op de oordeelsvorming.
Maar voor het overige horen deze gevoelens thuis in waar zij naar verwijzen, nl. het riool. Populistische journalistiek is dan ook riooljournalistiek.

                                                                                                                                                                top      

2011 mei 9
oecumene en democratie  

Ogenschijnlijk hebben deze twee begrippen niet zoveel met elkaar te maken. Toch denk ik dat de oecumene van de christelijke kerken verder ontwikkeld zou zijn, wanneer het zou afhangen van een democratische beslissing. Keer op keer frustreert de kerkleiding op bedoelde, en hoop ik in sommige gevallen onbedoelde, wijze de voortgang. Zo ook weer nu een Duitse bisschop uitspraken over de lutheranen doet waarmee hij mensen onnodig tegen de schenen schopt. Uitspraken waar een meerderheid van de rooms katholieke en protestantse kerkleden het zeker niet mee eens zullen zijn. Aan de basis is de oecumene volop aanwezig. Gelovige mensen proberen elkaar naderbij te komen en te verstaan. Van de kerkleiding zou je mogen verwachten dat die beweging naar een diepe eenheid van de christenen zou worden begrepen en gestimuleerd.
Verder werd ik getroffen door een uitspraak van Mosje Landau. Aangehaald in een stuk in Trouw naar aanleiding van de dood van Landau. Hij was hoofd van het tribunaal bij het proces tegen Eichmann. Als rechter heeft hij bijgedragen aan de rechtsstructuur van de jonge staat Israël. Hij was niet bang een eigen koers te varen.
In 1965 bijvoorbeeld verbood hij een partij aan de verkiezingen deel te nemen. De reden daarvoor was dat deze partij de opheffing van de staat Israël voorstond. In zijn verantwoording voor deze beslissing zei Landau dat democratische middelen niet mochten worden ingezet om een democratisch stelsel te ontmantelen.
Deze uitspraak bracht me bijna op stoute gedachten. Ik dacht: stel dat we in Nederland een partij zouden hebben die de afkalving van het democratisch rechtssysteem in het program heeft staan. Zou die dan op grond van een democratisch beginsel kunnen worden uitgesloten. Zelfs al zou die partij een meerderheid van de stemmen behalen?
Wat is eigenlijk democratie en het wezen van de democratie?
Wanneer we democratie zouden definiëren als een volksbestuur bij meerderheid, dan komen we daarmee in de problemen. Maar zo eenvoudig is de definitie van een democratische rechtsstaat niet. 
Zo’n staat heeft uitgangspunten en waarden te verdedigen die zelfs door een meerderheid niet weggestemd zouden mogen worden.
Een echte volwassen democratie is niet de terreur van de meerderheid. Een democratie smoort de tegenstem niet. Het schept ruimte voor minderheden. Het is een complex dynamisch evenwicht. 
Een partij die deze dynamiek uit het oog verliest, of er geen trek in heeft, hoort niet thuis in een democratische rechtsstaat. Hoeveel aanhang zij ook heeft. Maar de democratie heeft eigenlijk geen middelen om haar te verbieden.
Daarom is de uitspraak van Landau zo interessant en verleidelijk. 

                                                                                                                                                                top

2011 mei 5
Vrijheid 
  
Vrijheid genieten is niet vanzelfsprekend. Bij de meeste discussies over vrijheid gaat het om de meer banale kanten van vrijheid. Vrij zijn van verplichtingen en vrij om te doen wat je wilt, zijn niet de meest verheven invullingen van vrijheid. In het algemeen beseft men niet welke vrijheid ten grondslag ligt aan die meer profane invulling. Namelijk de vrijheid van vreemde dwang en de vrijheid om zelf vorm te kunnen geven aan je leven. Dat betekent overigens niet dat ieder in staat is om die vrijheid te effectueren en daaraan ook daadwerkelijk invulling te geven. Het betekent ook zeker niet dat iedereen ook het recht heeft om te doen wat hij/zij wil. Men heeft weliswaar de vrijheid om te doen wat men wil (binnen wettelijke grenzen), maar niet het recht.
Vrijheid is naar mijn smaak een gave en een opgave, geen recht.
Vrijheid is een kwetsbaar goed. Het vraagt om een nauwkeurige balans. Het venwicht tussen mijn vrijheid en de vrijheid van de naaste. Deze lijken in concurrentie. Net zoals de individuele vrijheid en de gezamenlijke vrijheid. Wanneer de ene mens ten opzichte van de ander zich een te grote vrijheid permitteert, gaat dat ten koste van die ander. Wanneer een individu of een groep individuen zich te veel vrijheden veroorloven, gaat dat ten koste van de vrijheid in het publieke domein.
Vrijheid is een gave die we elkaar schenken. Zodra ik mijn vrijheid ga afdwingen gebeurt er al iets dat met onvrijheid te maken heeft. Wanneer iemand zich als een hufter gedraagt, wordt mijn gevoel van vrijheid al gebruuskeerd.
Gezamenlijke vrijheid is maar mogelijk wanneer we onze vrijheid niet opeisen en vrijwillig onze individuele vrijheid beteugelen. Levinas heeft hierover ook zeer behartenswaardige dingen geschreven.
We hebben de opgave om de gave van de vrijheid goed te gebruiken. Goed betekent in dit geval ook ten dienst van het algemeen. Over de grens van het korte-termijn-vrijheidsdenken kijken naar het effect van de persoonlijke vrijheid voor de samenleving op termijn.
Goed gebruik maken van je vrijheid betekent ook dat je ervan afziet om gebruik te maken van de vrijheid om geen invulling aan je leven te geven. Vrijheid die zich niet engageert is verspilling.
Vrijheid vieren is dus bij uitstek de gelegenheid om er bewust van de genieten. En genieten is iets anders dan consumeren. Vrijheid is geen consumptie-artikel. Van vrijheid genieten is als genieten van de natuur. Door de natuur te consumeren richt je haar te gronde. Je laat haar dus intact. Genieten van vrijheid is haar koesteren en zowel voor jezelf als voor de ander intact te laten. Doen we dat niet, dan richten we haar voor onszelf en voor de ander te gronde. 

                                                                                                                                                                   top

2011 mei 4 
Doden herdenken 
 
Het is acht uur in de avond en Nederland herdenkt haar doden uit de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar herdenk ik hen liefst alleen, tenzij ik uit hoofde van een functie op die tijd bij een officiële herdenking aanwezig hoor te zijn.
In de stilte komen beelden en woorden boven. Van mensen die gedeporteerd zijn. Van bijna kinderen die in loopgraven en op slagvelden zijn afslacht. Van vrouwen en kinderen in gebombardeerde steden.
Maar vooral van onafzienbare rijen wagons met opeengepakte mensen die dagen en nachten achtereen zonder voedsel, water en sanitair, zonder informatie en hoop werden vervoerd naar een van die godvergeten oorden waarvan de namen ieder weldenkend mens doen huiveren: Treblinka, Sobibor, Chelmno, Maidanek, Mauthausen, Auschwitz- Birkenau, Belzec, Dachau, Bergen-Belsen, Buchenwald en nog evenveel andere. 
De systematische vernietiging met bureaucratische precisie van een internationaal gevestigd volk is nog steeds onvoorstelbaar. De systematische voorbereiding ervan, de corrumpering van de taal, de planmatige uitsluiting en segregatie en vervolgens deportatie en vernietiging is van een ongeëvenaarde kwade opzet. 
Wie heeft het zien aankomen? Was het werkelijk zo onvoorstelbaar dat niemand kon geloven dat het zou gebeuren? Het moet wel. Anders zouden we heel andere dingen moeten aannemen en dat is gruwelijk.
Niet alleen Joodse mensen zijn systematisch uitgeroeid. Ook Roma en homoseksuelen zijn in de kampen verdwenen. Talloze zieke oude mensen en gehandicapte kinderen zijn geëuthanaseerd. 
Maar een joodse gevangene die tussen de lijken die hij uit de gaskamer moet bergen, zijn vrouw en kind herkent, is in mijn ziel gekerfd.
De herdenking van hen die gestorven zijn, niet in de strijd, maar als weerloos slachtoffer, moet ieder van ons alert maken op elke vorm van discriminatie en maatschappelijke uitsluiting.
“Nooit meer” kan niet letterlijk en ernstig genoeg genomen worden.

                                                                                                                                                                  top


2011 mei 3  
Obama got Osama 
 
Gisterochtend na het ontwaken werd ik bij het nieuws meteen met de dood van Osama Bin Laden geconfronteerd. Tussen het commentaar van “deskundigen” door hoorde ik het verslag van de gebeurtenis. Ik zag president Obama de bekendmaking doen. Ik zag een uitzinnige menigte voor het Witte Huis en op Times Square en hoorde scanderen “Obama got Osama”. Ik werd er toch niet echt blij van.
Eigenlijk was de eerste gedachte die bij me opkwam: “dit komt de president politiek wel erg goed uit”. En ik schrok van mijn cynisme met betrekking tot de zuiverheid van het Amerikaanse optreden. 
Het valt niet te ontkennen dat deze geslaagde actie, die nationaal en internationaal op veel bijval mag rekenen, president Obama politiek goed zal doen. Het komt op een moment dat hij onder vuur ligt in de aanloop naar de verkiezingen. De belachelijke acties van Donald Trump hebben wel impact. Zijn verdachtmakingen als zou Obama helemaal niet als Amerikaans staatburger geboren zijn hebben de president toch doen besluiten zijn doopceel openbaar te maken. Bij herhaling is gesuggereerd dat hij ook moslim zou zijn in plaats van een “degelijke christen”. Of de koranverbrandende dominee nu zo’n lichtend voorbeeld van een christen is, valt te betwijfelen. De Amerikaanse politiek is sterk in karaktermoord.
Het valt ook niet te ontkennen dat Osama verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslag op het WTC op 11 september tien jaar geleden. Dat hij terecht wordt vervolgd. Dat zijn dood tegemoet komt aan het vergeldingsaspect van onze rechtspleging. Zijn dood geeft de vele slachtoffers van toen (en van andere aanslagen) de gelegenheid iets af te sluiten. Ik kan me voorstellen dat de Amerikaanse regering de plicht voelt om de slachtoffers genoegdoening te verschaffen. Niets kan de doden terugbrengen, maar de bestraffing van de dader geeft wel enige troost. 
Maar de spierballentaal van de wraak past niet in ons rechtssysteem.
Kritiek is altijd moeilijk te aanvaarden op momenten van vreugde en overwinning, maar niettemin.
Waarom is er dan toch enige twijfel? We weten hoe de Verenigde Staten hebben geïntervenieerd in de binnenlandse politiek van vele landen in de afgelopen zestig jaar. Irak is daarvan ook een navrant voorbeeld. Kijk nog maar eens naar “Fahrenheit 9/11” van Michael Moore. 
We weten hoe interventies politiek worden benut. Waarom op dit moment en waarom op deze wijze? Laat er geen misverstand zijn: ik ben blij dat Osama gepakt is. Ik kan me voorstellen dat geen enkel land er op zit te wachten om hem te berechten. Daarbij heeft Amerika weinig vertrouwen in het Internationale Hof van Justitie. Maar de man doodschieten en zijn lichaam in de Indische oceaan dumpen geeft toch een vieze smaak in de mond.
Hoe verdragen dit soort acties zich met de internationale rechtsorde? Deze “vooruit en pak hem” mentaliteit is een slecht voorbeeld voor onze kinderen. Ik vind dat dat ook gehoord moet worden, naast de felicitaties en geluiden van opluchting.

top

2011 april 28
feminisme en theologie 

Vandaag is het een week geleden dat Tine Halkes overleed. Iets meer dan een jaar na de theologe die bij haar een doorbraak in haar denken heeft teweeggebracht. Namelijk Mary Daley met haar boek “Beyond God the Father, Beacon, 1973”.  
Het lijkt er wel op dat met Halkes ook een bepaalde wijze van theologie bedrijven is gestorven. Overigens een theologiseren dat al langere tijd niet meer aan de orde lijkt. En dat is jammer. 
Met het feminisme lijkt ook de feministische theologie ten grave gedragen. 
Daarmee lijken beide tot een tijdverschijnsel gedegradeerd. Iets dat passé is. 
Naïeve mensen zouden nog kunnen denken dat de bekommernis van beide bewegingen overbodig is geworden. Niets is echter minder waar. 
De in vele culturen en religies bestaande achterstelling en uitsluiting van vrouwen is verre van voorbij. Dat er verschillen zijn tussen de twee soorten mensen is evident. Daar gaat het ook niet om. Het gaat om achterstelling die gerelateerd is aan een ideologische waardering van de verschillen. Het is bijna te banaal voor woorden om dit soort dingen nog te (moeten) zeggen. Voor een deel heeft die noodzaak te maken met de doorgevoerde gelijkwaardigheidsgedachte. 
De gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen opent een nieuwe mogelijkheid voor een waardering van de verschillen en daarmee ook voor de stille introductie van een nieuwe discriminatie. Niet voor niets noemde Halkes het te gemakkelijke spreken door het Vaticaan over de principiële gelijkwaardigheid en de essentiële ongelijkheid van man en vrouw gevaarlijk.
Naar mijn smaak zijn de consequenties van het gendergerelateerde spreken en denken nog lang niet voldoende doordacht en besproken.
Zeker is dat bepaalde (deel)culturen en kerken openlijk vrouwafwijzend zijn. En dat in een samenleving die het verbod op discriminatie wettelijk heeft geregeld. 
Zelf vind ik het een verademing om eucharistievieringen bij te wonen waarbij vrouwen aan het altaar voorgaan. Iets dat bij de oud katholieke kerk wel, maar bij de rk kerk (nog lang?) niet mogelijk is. 
Zoals Tine Halkes ook benadrukt, zeggen we dat G’d mens is geworden. Niet man of vrouw, maar mens. Dat wil zeggen de hele mens is daarin, in die menswording, betrokken. Een beroep op de cultuurbepaalde keuzes van Jezus (dat wil zeggen van degenen die zijn leven beschrijven) om te verhinderen dat de helft van de mens participeert aan de bemiddeling van het christusmysterie, is laf.

top

2011 april 26
nieuw leven

vandaag wil ik graag even omkijken naar de viering van mijn verjaardag. Afgelopen zondag, met Pasen dus, werd ik zestig jaar. Een uiterst symbolische gebeurtenis.
Met een verjaardag vier je toch in de eerste plaats het leven, zo mogelijk in vreugde en dankbaarheid. Dat laatste zal niet voor iedereen weggelegd zijn, maar voor mij was dat wel het geval. Vieren van leven en van het perspectief van ons leven in gelovige zin is ook de betekenis van Pasen. 
Het was dus dubbel feest, zou je kunnen zeggen. Temeer omdat de essentie van Pasen, opstanding uit en tegen alle vormen van dood, de kern is van mijn geloof. 
Pasen vertelt me dat er altijd een uitweg is, altijd ruimte voor hoop. 
(Toevallig schreef Erik Borgman hierover in de Trouw van vandaag. Dit ook in het kader van het thema van de maand van de filosofie “echt leven”. Hij zegt daarin dat echt leven getekend wordt door hoop. Niet dat wat we hopen altijd precies zo uitkomt. Maar hoop opent het leven naar toekomst)
Hoop en verlangen zijn de scheppende krachten die ons bevrijden uit de geslotenheid van de concrete werkelijkheid van het moment. Die ons ont-werpen (knipoog naar Heidegger) uit wat is en ons doen uitzien naar en vormend betrokken zijn op wat worden kan. 
Zij scheppen zo ons leven. En omdat we daarin ervaren dat we aan de oorsprong van die schepping, van dat worden staan, ervaren we ons als echt levend en niet als een voorwerp van een leven dat zich aan ons voltrekt. Zelfs al weten we niet precies wat er uit te voorschijn zal komen. 
Pasen is de symbolische vertaling van die kracht die nieuw leven schept waar het leven in het slop geraakt is, doods geworden is. Die in gelovige zin zelfs door de dood heen nieuw leven schept. 
Pasen geschiedt waar nieuw licht op een in duister verkerend leven schijnt. Licht dat perspectief, nieuw leven schept. Hoop en verlangen schijnen als dat licht over het menselijk leven. Zij laten verte zien en reiken vermoedend zelfs over de grens van de horizon van het bestaan. In hoop en verlangen wordt heden wat nog worden moet.
De betekenis van mijn verjaardag werd versterkt door het feit dat ik aan het begin van een nieuw leven sta. Na tweeëntwintig jaar in een klooster ben ik een nieuw leven begonnen, samen met mijn levensgezellin. Een nieuw leven, een nieuwe onderneming, een nieuwe toekomst. Zeer uitdagend en echt leven. 
Ik heb dat mogen vieren met vele dierbare mensen om zo dat nieuwe begin te markeren en hen deelgenoot te maken van mijn geluk en mijn vertrouwen in die toekomst. 
Getuigen van waar je in gelooft moet naar mijn smaak niet alleen op de kansel, niet alleen met woorden, maar in de concrete omstandigheden van het echte leven.
Het was een mooie en hartelijke bijeenkomst, een ware ontmoeting in openheid naar elkaar, een genot om er deel van te mogen zijn. Dat stemt tot dankbaarheid en onthult iets van de bedoeling van menselijke ontmoeting en interactie.

top

2011 april 22 
GoedeVrijdag
   
Jaren geleden volgde ik een dertigdaagse Ignatiaanse retraite. Een onderdeel daarvan is de overweging van het leven en sterven van Jezus en de betekenis daarvan. 
In de benadering ligt grote nadruk op het verlossend lijden door Jezus. Hij heeft geleden en is gestorven om ons te verlossen van het lijden en de dood die uit de zonde voortkomen. 
Nu is er heel veel lijden en dood die het gevolg zijn van zondig menselijk handelen. Zondig in de zin van strijdig met de bedoeling van het menselijk leven. 
Het zou een zegen zijn voor de wereld wanneer we daarvan verlost zouden raken. Maar zover is het nog (lang) niet. Er zijn zoveel mensen die schuldloos lijden en er is zoveel verdriet. 
En dan heb ik het niet eens over het verdriet dat ontstaat bij rampen en onzinnige geweldsincidenten. Ik heb het ook over het dagelijkse onzichtbare verdriet en de woordeloze pijn. Daar helpt het verlossend lijden van Jezus niet zoveel bij. 
Vroeger, ik hoop tenminste dat het tot het verleden behoort, werd wel door pastores gezegd dat het persoonlijke lijden een deelname aan het lijden van Christus was. Of dat je maar eens moest bedenken hoeveel Jezus voor ons geleden had. 
Eigenlijk vind ik dat behoorlijk stuitend. 
Ik vind meer troost in het solidariserend lijden van Christus. Het lijden van Jezus als een ultieme daad van solidariteit met het lijden van mensen. 
In exodus, het grote verhaal van de uittocht uit slavernij, lezen we dat de Ene het lijden van zijn volk heeft gezien en zijn hemel omlaag buigt om zijn volk tegemoet te komen. 
In Jezus is die hemel als het ware tot binnen het menselijk bestaan gebogen. Om het leed op te nemen en zich als een mede-lijdende god te laten zien. Even onmachtig om het kwaad te weerstaan, maar betrokken tot het einde toe. 
Niet om het lijden te verheerlijken en tot levenskunst te verheffen. Niet om het kwaad goed te praten en een plek te geven in het heilsbestel. Kwaad blijft kwaad en wordt ontmaskerd als volstrekt onrechtvaardig. 
Aan dit kwaad lijden mensen nog elke dag. We moeten ons blijven verzetten tegen het zondige kwaad. Tegelijk weten we ook dat we soms niet veel meer kunnen doen dan de handen ineen slaan en elkaar nabij zijn. Solidair. Het met elkaar uithoudend. 
Ook dat is passie. Het kwaad verduren, zonder het goed te praten, en in het verduren het onrecht aantonen en aanklagen.

top

2011 april 20
EIJK

Weer eens getroffen door de berichtgeving met betrekking tot het reilen en zeilen in de rooms katholieke kerk. 
Deze keer niet door het misbruik van vertrouwen, maar door misbruik van macht. Zo zou ik het toch wel willen noemen. 
Het gaat over de steen des aanstoots van de rk kerkprovincie bisschop Eijk. 
Zo langzamerhand ergert iedereen zich aan die man. Niet alleen zijn collegaas en een aantal behoorlijk gezagsgetrouwe rooms katholieken, maar ook degenen die al eerder onaangenaam met hem in contact waren gekomen. 
De bisschop maakt de indruk geen zier te geven om mensen en iedereen die hem in de weg staat als de eerste de beste primitieve potentaat terzijde te schuiven. Er klinken zelfs boze stemmen dat hij er een soort politbureau/KGB op na houdt om dissidente elementen op te sporen en vervolgens op een zijspoor te zetten. 
Laat ik zeggen dat ik het prijzenswaardig vind dat hij geen moeite doet om populair te zijn. Dat hij beleid durft te maken en uit te voeren. 
Daar staat tegenover dat hij autocratisch en autoritair is en geen gesprek aangaat. 
Juist in een tijd waarin de rk kerk onder druk staat, kiest men ervoor de gelederen te sluiten. De paus doet niet anders bij het misbruik in de kerk. Iets vriendelijker misschien. Men drukt zijn verdriet en zijn grote spijt uit en neemt verder geen maatregelen. Wacht tot de storm over is. Deze tactiek past de kerk tenslotte al eeuwen toe. 
Maar Eijk lijkt een echte hardliner. Met redeneringen waaruit alle lucht en geest geperst is, gaat hij zijn tegenstanders te lijf. Geen ruimte voor dialoog. Maar solide redeneringen scheppen nog geen waarheid. 
De Leer wordt met kapitalen geschreven en even massief beleden. Wie er niet in meegaat kan oprotten. De kerk is voor de gezagsgetrouwen. 
Zuiveringsacties zijn aan de orde van de dag, niet alleen in Utrecht. 
Geloven is echter geen star gegeven. Het beweegt zich met het leven mee en zet zich ermee uiteen. Het is een levende en dynamische werkelijkheid. 
Daarom is het gesprek, het geloofsgesprek, zo belangrijk. In wat we meemaken en daarover vertellen komen we ons geloof op het spoor. 
Een bisschop moet daarin voorgaan en het faciliteren. Niet de wet voorschrijven en het gesprek onmogelijk maken.

top

2011 april 19
Dag tegen pesten

Vandaag schijnt het de dag tegen het pesten te zijn. Ik wist niet dat er zoiets bestond, maar het lijkt me een goede zaak.
Bij pesten gaat het er altijd om dat een aantal mensen ten koste van een ander hun superioriteitsgevoel moeten bewijzen. Hun plaats in de pikorde moeten bevestigen. De strijd is altijd ongelijk. De schade voor het lijdend voorwerp groot.
Het is primitief gedrag. Het past niet bij de samenleving die we zeggen na te streven. In ieder geval zouden moeten nastreven. Het is niet in overeenstemming met een beschaafd mensbeeld.
Niettemin komt het veel voor. En niet alleen bij opgroeiende kinderen. Die hebben wellicht nog het excuus dat zij hun plaats in het weefsel van mensen nog niet gevonden hebben. Dat zij onzeker zijn omtrent zichzelf en dat afreageren op anderen die in hun ogen anders, zwakker zijn.
Ook op de werkvloer gebeurt het door volwassen mensen die kennelijk de puberteit niet te boven zijn gekomen.
De gevolgen voor het slachtoffer kunnen zeer ernstig zijn.
Enige tijd geleden werd in België een werkgever aangeklaagd wegens de zelfdoding van een personeelslid. Het bleek dat de man jarenlang intensief was gepest. De werkgever wist ervan en deed niets. Schuldige nalatigheid.
Het zelfgevoel van kinderen kan door pesten ernstig geschaad worden. Afzijdigheid van de omgeving is ontoelaatbaar. Zeker wanneer het de gezagsomgeving betreft (werkgever, leerkracht, schoolleiding, trainer).
Ik kan me niet herinneren ooit gepest te zijn. Maar ik herinner me wel twee gevallen van actieve pesterij toen ik zeven en negen jaar was.
Gelukkig ben ik een keer teruggepakt toen ik zo'n veertien, vijftien jaar was. Door een stel jongens dat door ons laatdunkend was bejegend. Toen ik een keer alleen naar huis fietste, wachtten zij me op. Er is niets fysieks gebeurd. Ik kon me met woorden uit de situatie redden. Maar het heeft me wel aan het denken gezet.
Nu begreep ik hoe ons gedrag op die jongens was overgekomen.
Ik geloof niet dat ik me daarna nog ooit laatdunkend heb uitgelaten over of tegen iemand om wie diegene is. En dat is winst.
Soms lees ik met genoegen dat een slachtoffer zich ontwikkelt tot een succesvol mens. Dat is goed. Daar zit enige rechtvaardigheid in.
Maar in veel gevallen gebeurt dat niet.
(Edward van de Vendel schreef een boek, "het lekkere van pesten", samen met een slachtoffer, nu een internationaal gevierd fotomodel)l

top

2011 april 18
economische waarde
Al eerder schreef ik over mijn verdriet/ergernis ten aanzien van het economiseren van hetgeen we van waarde achten. Alsof waarde altijd economische waarde moet zijn. 
Natuurlijk is het een goede zaak om ook ideële, niet-economische processen te evalueren op effectiviteit, resultaat versus kosten, efficiëntie en dergelijke. 
Anderzijds moeten zaken die we waarderen omwille van zichzelf, geen voorwerp van economische waardering worden. Dat geldt naar mijn smaak voor zaken als gezondheid, religie, mensenrechten, onderwijs. 
Onderwijs wordt in toenemende mate een voorwerp van economie. Speciaal onderwijs, bijzonder onderwijs, studietermijn, onderwijs voor mensen met een lichamelijke of mentale bijzonderheid, zelfs onderwijs als zodanig.
De regering vraagt kostenreductie, moet bezuinigen. Anderzijds moet de toegang tot onderwijs voor iedereen in overeenstemming met diens mogelijkheden gewaarborgd worden.
Onderwijs is een kostbaar geschenk. Het dient de talenten van onze samenleving te koesteren en te voeden. Het zou een vrije ontwikkelingsruimte moeten zijn.
Het matchen van de talenten met de behoeften van de maatschappij is een punt van later zorg. Creativiteit moet zich niet noodzakelijkerwijze conformeren aan de maatschappij; het moet de maatschappij veranderen ten beste.

top

2011 april 15
domme bisschop

Tot mijn stomme verbazing en ontsteltenis las ik vanochtend een uitspraak die bisschop Vangheluwe in een interview met de vlaamse televisie had gedaan. 
Vangheluwe is een belgische bisschop die ervan wordt beschuldigd twee van zijn neefjes seksueel te hebben misbruikt, van wie een van diens vijfde tot achtiende jaar. 
Hij ontkent dat ook niet. Integendeel. 
In het interview dat ik op internet zag, noemt hij het een spelletje, quasi onschuldig, iets wat hij met dat neefje deelde, een vorm van intimiteit, "iets van hen samen". 
Nergens blijkt dat hij enig begrip heeft van de omvang en de seksuele aard van zijn daden. Nergens enig besef van de gevolgen voor zijn neef. Een schijnbaar totaal gebrek aan inlevingsvermogen. 
Dit alles bijna een uur lang met een verontschuldigende glimlach verteld. Onbegrijpelijk! 
Het staaft alleen maar wat ik eerder heb geschreven over ongezonde opvattingen over seksualitiet binnen de r.k. kerk (www.brabantsdagblad.nl/mening/6391156

top

2011 april 14
groningse agent

Gisteren schreef ik over de tragische zelfverbranding van een uitgeprocedeerde asielzoeker. 's-Avonds werd in de provincie Groningen een agent doodgeschoten door een verdachte. Deze had bij een huiselijke ruzie zijn vriendin om het leven gebracht met een brandblusser. 
De verdachte is een asielzoeker die uitgeprocedeerd is. Wat dreef de man tot zijn daad? Wat is er allemaal in hem gebeurd, dat het zover is gekomen? 
Hoe zal dit gebeuren de discussie beïnvloeden die regelmatig gevoerd wordt, met betrekking tot een duidelijker en stricter beleid voor asielaanvragen. En ook voor de omgang met mensen die uitgeprocedeerd zijn. 
Het makkelijkst is het om te zeggen dat zij meteen na beëindiging van de procedure moeten worden uitgezet. Maar is dat rechtvaardig? 
Voor elke argumentatie is een tegenargumentatie. 
Toch denk ik dat op den duur iedreen gebaat is bij kortere, heldere procedures en duidelijk beleid.

top 

2011 april 13
asiel

In de Trouw van vandaag stond een artikel van twee mensen uit het filosofenforum (Desanne van Brederode en Frank Ankersmit). 
Het ging over de publieke stilte na de zelfverbranding van een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Iran. 
Hij deed dat bij het nationaal vrijheidsmonument op de Dam in Amsterdam. 
Tot mijn schande moet ik zeggen dat het gebeuren ook enigszins aan mij is voorbijgegaan. Hoe komt het toch dat we zo murw worden van alles wat in onze wereld gebeurt dat we dit niet meer op de voorpagina aantreffen? 
Het is ook druk op de voorpagina. Hevige straling uit Japanse kerncentrale. Grote onrust in Noord-Afrika. Burgeroorlog in Ivoorkust. Om maar een paar hoofdpunten te noemen. 
En door de ontwikkelingen in Noord Afrika een overstelpende toevloed van asielzoekers in Italië en mogelijk in de rest van West Europa. 
Is dat misschien de reden dat er zo weinig ophef over dit incident was? 
Hadden we ons wel druk gemaakt, dan zouden we misschien hebben moeten nadenken over ons asielbeleid. Over rechtvaardigheid. Over barmhartigheid. 
En misschien hebben we daar wel niet genoeg geld voor (over). 
Bijna alle ideële discussies worden immers overwoekerd door economische argumenten. 
Mag dat? Zou het anders moeten?

top

 

 

 

 


info@wardcortvriendt.eu