Home NL
Blog
Diensten/produkten
Contact N
Columns N
Artikelen
Preken /Overwegingen
preken 2014
preken 2015
preken 2016
preken 2017
preken 2018
preken 2019
Home EN


Overweging 12 januari 2020 

Gedoopt in waarheid en gerechtigheid    

Lezingen: Jesaja 42, 1-9; Handelingen 10, 34-38; Matteus 3, 13-17.
De vraag die we bij herhaling horen stellen naar aanleiding van het optreden van Jezus is: Wie is die man toch? Met welk recht doet hij wat hij doet? Niet alleen gesteld door de directe  leerlingen, maar ook door anderen in de omgeving van Jezus. De mensen die zich in hun nood tot hem wenden, de gevestigde orde van priesters en schriftgeleerden. Zelfs bijwoners en vreemdelingen uit de volken. Allen die met Jezus in contact komen of over hem horen willen antwoord op die vragen.  Misschien kun je daarom wel zeggen dat het overgrote deel van het Nieuwe Testament bestaat uit duidingsverhalen die proberen te onthullen en verhelderen wie Jezus is.
Het gaat daarbij niet alleen om strikt biografische gegevens, maar vooral om de plaats en betekenis van deze Jezus in relatie tot de heilsverwachting van Israel en de vervulling van het verbond. Het zijn theologische duidingsverhalen die de hele mondelinge en schriftelijke traditie meenemen.  De vertellers en schrijvers zijn daarbij bevooroordeeld. Zij kijken naar Jezus en schrijven over hem vanuit geloof, het geloof dat in hem God aan het licht komt. En wel zo dat zij hem Heer, koning, Messias, Zoon van de Allerhoogste noemen.
Op grond daarvan zou je kunnen zeggen dat dit gegeven alle verhalen over hem relativeert. Maar beter is het om te zeggen dat het alle verhalen relateert aan geloof en in relatie zet tot de universele belofte die in Israel wordt geopenbaard.
Wat in Jezus aan het licht komt heeft betekenis voor de wereld en voor alle mensen. En dat is ook precies wat de openbaringsverhalen van de kersttijd beogen te zeggen.


De evangelietekst speelt zich af aan het begin van het openbare leven van Jezus. Het is de periode waarin hij zich openbaart aan zijn volk. We zijn getuige van de ontmoeting met Johannes die De Doper genoemd wordt, een achterneef van Jezus.
Johannes preekt in de woestijn een doop van bekering. Hij zal zeker tot een meer radicale en verinnerlijkte geloofsgroepering binnen het Jodendom behoord hebben. Hij leeft als een vroege heremiet in de woestijn. Wars van alle uiterlijke vervulling en letterknechterij gaat het hem om waarachtige bekering en een oprecht innerlijk geloof. Ook al wordt hij gezien als een groot profeet, hij geeft niets om macht en aanzien. Zijn onkreukbaarheid zal hem later letterlijk de kop kosten.
Door zijn opmerking tot de farizeeën en sadduceeën die naar hem toe komen, zet hij zich af tegen een al te gemakkelijke geloofshouding. Hij zegt namelijk: “breng maar liever vruchten voort waaruit jullie bekering blijkt en denk maar niet dat het voldoende is om te zeggen wij zijn toch kinderen van Abraham”. Met andere woorden: het is niet voldoende om het geloof met de mond te belijden of erop prat te gaan dat je de ware godsdienst vertegenwoordigt of een telg bent uit het uitverkoren volk, erfgenaam van de belofte. Dat zal ook moeten blijken uit je daden. Het feit dat je een bijbelgeleerde bent, zoals de farizeeën, of uit een priesterkaste stamt, zoals de sadduceeën, is geen garantie en ook  geen legitimering om op je lauweren te rusten.
Johannes is daar behoorlijk strak in, maar staat open voor mensen die serieus zoeken naar bekering en gelovig leven. Enerzijds het doorprikken van hypocrisie en anderzijds een weg banen voor mensen die oprecht verlangen naar verlossing.


Geen wonder dat Jezus zich daarin herkent en dat hij zich in dit milieu openbaart. Ook hem gaat het immers om de geest van de geboden en om een authentieke geloofshouding. Om innerlijkheid en waarachtigheid. Maar er komt voor hem nog wat bij. Namelijk het perspectief van die bekering. In Jezus is meer aan de hand. Daarom ook zegt Johannes dat Degene die na hem komt zoveel krachtiger is dan hij en dat hij niet waardig is hem maar met zijn schoeisel te helpen. In de tekst horen we hem zeggen “ ik behoor door jou gedoopt te worden en je komt naar mij toe?” Maar Jezus gaat in tot de doop om iets van de essentie van zijn leven te openbaren. Waar Johannes een doop van bekering predikt, openbaart Jezus een doop ten leven. Niettemin laat Jezus zich dopen door Johannes, omdat bekering de sleutel is tot het leven en een voortdurende inspanning vraagt.

Tegelijk verandert Jezus de betekenis van de doop. Hij ondergaat een andere doop dan de doop van bekering. Hij is als rechtvaardige geboren en Gods geest rust al op hem.
Water is een symbool van leven, maar hier vooral van het sterfelijke leven.  Daarom is water ook vaak het symbool van de dood. Jezus dompelt zich onder in dat water, het water van het sterfelijke leven, ons leven, om daaruit terstond, zoals de tekst zegt, op te staan. De dood houdt hem niet vast, hij staat eruit op als de Levende. Zijn doop loopt vooruit op zijn verrijzenis.
Datzelfde wordt gesymboliseerd bij het bruiloftsmaal in Kana, het vierde openbarings- feest van de kersttijd. Daar wordt het water van het sterfelijke leven veranderd in de wijn van het eeuwig leven.

Hier ondergaat Jezus in de doop zijn menswording, zijn dood en zijn verrijzenis op symbolische wijze als een samenvatting van zijn leven. Een leven dat onder het teken staat van Gods Geest en bekrachtigd wordt vanuit de hemel wanneer een stem klinkt (de stem die klinkt is het bijbelse teken van Gods aanwezigheid), die zegt “jij bent mijn geliefde kind”.

Deze doop van Jezus verandert het voorteken van ons leven. Het staat  hierdoor niet langer in het teken van de dood, maar van het leven. Het brengt een essentiële verandering in de betekenis van ons leven teweeg. In de doop gaan we van de dood naar het leven. God heeft in het teken van de menswording ( dit zal u een teken zijn: gij zult een kind vinden in een kribbe ) het perspectief van ons leven voorgoed veranderd, ons leven gekeerd, van de dood afgewend naar het leven.
Wanneer wij in Christus worden gedoopt, worden wij ook gedoopt in zijn dood en verrijzenis en staat ons leven in het teken van zijn Geest waarmee wij worden gezalfd. In die doop klinkt ook over ons de Stem. Niet de stem van het gebroken paradijs die zegt “mens waar ben je?”, niet de stem van het oordeel, maar de stem van het hersteld verbond die tot een getuigenis voor de wereld zegt “dit is mijn geliefde kind”.
En dat is een geweldige uitgangspositie voor het leven.


Nu zegt de Stem nog iets meer in het verhaal. De wetenschap geliefd te zijn is één ding, maar dat God ook behagen schept in zijn kinderen is een ander ding. Over Jezus worden beide dingen uitgesproken: “je bent geliefd en ik heb behagen in je”.
Gedoopt worden zou voor ons ook mogen beteken dat je als mens wordt wat er over je is uitgesproken en dat je als geliefd kind van God ook een leven leidt waar God plezier aan kan beleven. Daar hoeven we ons niet voor in allerlei moeilijke bochten te wringen. Het betekent wel dat we op een of andere manier, als de mens die we zijn, messiaanse mensen worden en leren leven in waarheid en gerechtigheid.
Dat wil zeggen dat wij durven geloven in de belofte van een ongeschonden wereld, een onbedreigd bestaan, in het perspectief van het rijk Gods.  Mensen die leven in hoop en vertrouwen en die van daaruit handelen in de wereld, als teken van het kind zijn van God. De waarheid van het leven van Jezus en dientengevolge ook de waarheid van ons leven is erin gelegen dat het verwijst naar het koninkrijk der hemelen, het rijk van God en diens gerechtigheid.


Wat dat voor het leven van de wereld kan betekenen lezen we bij Jesaja die spreekt over de messias als de dienaar van God. De profetische tekst spreekt hier niet  in termen van koningschap en bijzondere machtsuitoefening. Die teksten horen we wel bij het feest van de geboorte. Maar hier gaat het over het optreden van de messias als de dienaar van God en mensen. Over wie de tekst bij monde van God zegt: ´mijn uitverkorene in wie ik welbehagen heb, op wie ik mijn geest heb gelegd. Hij zal de volken het recht openbaren`. Deze messias is zachtmoedig, vol mededogen, heeft oog voor de kwetsbaren en wil het recht op aarde vestigen. Geen recht dat kromme verhoudingen in stand houdt en legitimeert, maar recht naar waarheid. De waarheid van onze bestemming, van de belofte van verlossing, van universeel heil dat alle mensen gelijkelijk omvat, zonder aanzien des persoons. Kortom de waarheid van het nieuwe koninkrijk.
In de tekst klinkt de messiaans profetische opdracht om mensen te bevrijden uit de duisternis en de ogen te openen voor Gods toekomst. Om als een licht te zijn voor de volken.
Het zijn ook precies deze teksten die licht werpen op het leven van Jezus en die duidelijk maken wie hij is. In navolging van hem bieden zij ook ons handvatten om iets te verstaan van de betekenis van een God welgevallig leven.  

In dat opstandingsleven zijn wij in geest en waarheid gedoopt en tot dat messiaanse leven zijn we  gezalfd. Opgenomen in de belofte van dat hersteld verbond als geliefde kinderen. Om te worden wat in de doop over ons is uitgesproken. Mensen van wie God en onze medemensen plezier kunnen hebben. Mensen die een zegen zijn voor de wereld. Amen. 
 TOP

 


 


info@wardcortvriendt.eu